Gepubliceerd op woensdag 25 december 2019 om 21:21 door Denis

Onze geest los van het lichaam

terug

Waarom de bijna doodervaring zo bijzonder is.

Uittreding

Van alle paranormale ervaringen die we kunnen hebben is de BDE het meest indrukwekkend. Het is niet alleen overtuigend voor wie het meemaakt, het plaatst ook zeer ernstige vragen bij onze wetenschappelijke opvattingen over onze hersenen.

Onze hersenen zouden wetenschappelijk immers, naast het commandocentrum voor onze spieren en lichaamscoördinatie, ook de zetel zijn van ons bewustzijn.

Dat iemand die bewusteloos is, niet kan nadenken staat zonder meer vast. Ook voor coma wordt dit algemeen aangenomen, al zijn er wel mensen die alles horen en voelen. Bewusteloos of coma, we mogen niet vergeten dat onze hersenen nog activiteit vertonen. Dromen zijn mogelijk. Als we ons een droom herinneren zit daar geen vaste lijn in met andere dromen of dromen van andere dromers. Niemand droomt iets gelijkaardigs en het volgt geen bepaald patroon.

We kunnen iedere droomperiode perfect detecteren via een medisch toestel dat de hersenactiviteit optekent en dat men zelfs heel veel gebruikt bij slaaponderzoek. Ook kan je zien dat in de periodes tussen de dromen de hersenactiviteit niet vlak is. Er is geen flatline. Dit geldt uiteraard ook voor hallucinaties die vaak totaal bizar zijn en vaak botsen met wat mogelijk is in onze wereld zoals we die kennen. Ze missen iedere vergelijking met iets dat in het gewone leven als realistisch geldt. Net als bij dromen is ook geen enkele hallucinatie vergelijkbaar met die van een ander. Nadat iemand zijn hallucinatie voorbij is, weet hij vaak met zekerheid dat wat hij waarnam iedere logica mist en dat het simpelweg niet klopt.

In een droom weten we bij het wakker worden ook dat het slechts een droom was.

Bij mensen die klinisch dood zijn geweest herinneren er zich velen een grensoverschrijdende ervaring zoals we die kennen als de bijna doodervaring. Behalve het feit dat de ervaringen zo algemeen gelijklopend zijn komen zij niet voor tijdens hersenactiviteit zoals die gemeten kan worden.

Klinische dood houdt in dat er een zogenaamde “flatline” hersengolf is, geen enkele meetbare activiteit van de hersenen. Deze flatline treedt ook altijd op nadat het hart enkele seconden tot maximaal 8 sec stil ligt.

Alleen in die toestand komt deze karakteristieke BDE voor. Niet tijdens droom, niet tijdens hallucinatie, niet tijdens psychedelische drugtrip. Tijdens dergelijke ervaringen is er ook geen flatline hersengolf.

Wetenschappelijk staat het vast dat er geen bewustzijn is tijdens een flatline. Critici die zouden zeggen dat er wel nog bewustzijn zou kunnen zijn in die toestand, zeggen immers automatisch dat het bewustzijn of de geest iets anders is dan onze hersenen. Daarom is daar geen discussie over mogelijk onder sceptische opvattingen. Er wordt trouwens nooit een flatline gezien tijdens coma, bewusteloosheid, slaap, drugervaring… alleen bij klinische dood.

Men zou immers beweren dat er bewustzijn mogelijk is zonder functioneren van onze hersenen. Dit is een onoverkomelijke paradox.

Daarom zoeken veel sceptici hun heil bij de korte tijd tussen bewustzijn en flatline. Tijdens deze zeer korte periode zou een ervaring kunnen voorkomen. Men moet dan wel ook zeer veel ervaren op deze zeer korte tijd om het langs die ontsnappingsroute weg te kunnen houden van metafysische, spirituele of paranormale verklaringen.

In geval de bijna doodervaring zich tijdens de overgang van hersenactiviteit naar flatline zou voordoen, zou alles verklaard kunnen worden zonder de paradox die optreedt voor iedere bewering dat het zich zou kunnen voordoen tijdens een flatline. Althans, zo lijkt het.

Maar ook de alternatieve verklaring dat de BDE zou kunnen geproduceerd worden tussen bewustzijn en flatline, stort onherroepelijk neer bij sommige getuigenissen van wat men zag tijdens zijn doodervaring.

Velen rapporteren immers een uittreding die correcte waarnemingen beschrijft van dingen die men onmogelijk kon weten als men niet bewust was zijn tijdens de flatline of doodperiode. Vele beschrijven immers hoe ze bepaalde zaken van op afstand buiten hun lichaam zagen terwijl deze gebeurden TIJDENS hun FLATLINE (doodervaring) omdat wat ze waarnamen zich immers afspeelde tijdens hun dood en niet tussen leven en klinische dood. Bovendien zijn er uittredingen die getuigen van gebeurtenissen die plaatsvonden buiten de omgeving van waar het lichaam zich bevond en welke waarnemingen men dus niet zou kunnen gezien hebben. Zo zijn er getuigenissen waarbij men de uittreding had terwijl men in de operatiezaal lag maar zag en hoorde wat familie tegen elkaar zeiden terwijl ze angstig wachtten op een oordeel van de artsen.

De BDE is dus zo bijzonder omdat zowel de verklaring dat deze tijdens een flatline zouden voorkomen, als tijdens de periode tussen bewustzijn en flatline, schaakmat stelt.

Zoals we hier uitlegden stelt de eerste verklaring simpelweg dat bewustzijn en hersenen afzonderlijke dingen zouden zijn,  wat voor de wetenschap een absolute paradox is

en

de tweede verklaring dat er bewustzijn kan voorkomen na de toestand tussen leven en klinische dood, wat net als de eerste zou impliceren dat geest buiten de hersenen een feit is.

Geen enkele wetenschappelijke verklaring geeft een sluitende verklaring die niet met zichzelf in strijd is. De BDE komt voor zonder hersenactiviteit en kan waarnemingen doen uit de omgeving waar men lichamelijk eigenlijk niet kan geweest zijn. .