Gepubliceerd op vrijdag 4 januari 2002 om 17:45 door Denis

Gevolgen van de quantumtheorie – Fysica contra sceptici

terug

Fysica contra sceptici

Aura Oasis Logo

Gevolgen van de quantumtheorie

`Dit is nou iets waar ik nooit in zou geloven, zelfs niet als het bestond.’

Hierboven staan de woorden van een scepticus.

Er bestaat echter nog hoop op een rationele discussie over het paranormaal functioneren aangezien vele fysici van tegenwoordig menen dat deze verschijnselen helemaal niet in strijd zijn met het raamwerk van de moderne fysica: de vaak gehoorde opvatting dat observaties van dit type onverenigbaar zijn met de bekende natuurwetten, is niet alleen achterhaald maar zelfs onjuist; deze opvatting is namelijk gebaseerd op het naïeve realisme dat heerste voor het tot ontwikkeling komen van de moderne fysica. Sinds de begindagen van het psi-onderzoek hebben de informatietheorie, de quantumtheorie en het neurofysiologisch onderzoek aanzienlijke ontwikkelingen doorgemaakt; deze disciplines hebben de eerste belangrijke ideeën opgeleverd die van directe toepassing lijken te zijn op het onderhavige onderwerp. Volgens deze steeds meer veld winnende visie is het de gewoonste zaak dat er onderzoek op het gebied van het paranormale gepleegd kan worden, niet zo maar om een staalkaart van interessante gebeurtenissen aan het licht te brengen, maar meer nog om patronen van oorzaak/ gevolg-verhoudingen. Deze patronen zouden zich dan moeten lenen voor analyse en theorievorming zoals we die kennen in de fysische en psychologische wetenschappen.

Een opvatting die door vele fysici (onder wie de auteurs) wordt aangehangen is dat de verzoening van de waargenomen data met de moderne theorie wellicht plaatsvindt op een fundamenteler niveau: namelijk op het niveau van de grondslagen van de quantumtheorie. Er is bijvoorbeeld een voortdurende dialoog gaande over de juiste interpretatie van het effect van een waarnemer (het bewustzijn) op metingen bij experimenten.

Ook is er in de wetenschapswereld op het ogenblik veel belangstelling voor de implicaties voor ons wereldbeeld van de recentelijk proefondervindelijk waargenomen `quantum interconnectedness’, een klaarblijkelijk verband dat er bestaat tussen verafgelegen gebeurtenissen: deze Quantum Verbintenis is geformuleerd in een zeer fraaie stelling, die bekend is als het Theorema van Bell. In deze stelling wordt benadrukt dat geen enkele theorie van de werkelijkheid die aansluit op de quantumtheorie, kan voorschrijven dat in ruimte gescheiden gebeurtenissen onafhankelijk van elkaar zijn’. De theorie dient daarentegen de mogelijkheid open te laten dat fysisch gescheiden gebeurtenissen op elkaar inwerken op een wijze die in strijd is met onze dagelijkse ervaring. Dit aspect van de moderne theorie, dat proefondervindelijk getest en bevestigd is, geeft aan dat delen van het universum die klaarblijkelijk van elkaar gescheiden zijn, toch gecoördineerd kunnen optreden als delen van een groter geheel, een uitspraak die men wellicht eerder zou verwachten in mystieke geschriften dan in een theorie uit de fysica.

Nu dit soort argumenten wordt aangedragen en onderzocht, gebeurt het steeds minder vaak dat de wetenschapswereld de mogelijkheid van het paranormaal functioneren van de hand wijst. Conferenties van fysici over de mogelijke mechanismen die bij het paranormaal functioneren in werking treden, worden steeds vaker gehouden. In augustus 1974 namen wij bijvoorbeeld deel aan een internationale conferentie over quantumfysica en parapsychologie die in het Zwitserse Genéve werd gehouden. We hielden daar inleidingen over verre waarneming, en over ons werk met de magnetometer en de implicaties van dat werk voor de fysica. Op de conferentie werden inleidingen gehouden door zulke internationaal bekende wetenschappers als Gerald Feinberg van de Columbia University, O. Costa de Beauregard van het Poincaré Instituut in Parijs en C.T.K. Chari van het Christelijk College in Madras (India), en al deze inleidingen hadden betrekking op mogelijke modellen voor het paranormaal functioneren. De sceptische Oppositie telt dus steeds minder wetenschappers in haar gelederen; de fysici keren de oppositie meestal het eerst de rug toe, de psychologen het laatst.

Op grond van het bovenstaande zou men de indruk kunnen krijgen dat het scepticisme afbrokkelt, maar dat is niet het geval. Er bestaat altijd een culturele kloof tussen het naar voren brengen van nieuwe ideeën door mensen die in de voorste gelederen staan en de aanvaarding van die ideeën door de mensen die verder verwijderd staan van de plaatsen waar de nieuwe ideeën tot ontwikkeling komen. Dit is iets dat men zou kunnen verwachten, want degenen die niet direct dagelijks betrokken zijn bij het onderzoek, hebben al de grootste moeite om het paradigma van gisteren onder de knie te krijgen, laat staan dat van vandaag. Dit is echter niet noodzakelijkerwijs een uitsluitend negatieve zaak. Gezien Polanyi’s analyse die we eerder geciteerd hebben, is het zelfs een gezonde zaak dat deze tweede laag zich verzet tegen vernieuwing en dat de bewijslast geheel en al op de schouders wordt gelegd van degenen die ogenschijnlijk chaos komen brengen in de eerder tot stand gekomen orde.

		Russel Targ & Harold Putmann van de Stanford Research Institute

Sedert deze tekst uit 1974 is ondertussen honderd maal bevestigd dat de toenmalige hypotheses inderdaad zo letterlijk dienen te worden ondernomen. Zoek ook de bewijzen via het proefondervindelijke experiment van Wheeler en de bevestiging van deze interpretitie bewezen in het proefondervindelijke experiment van Aspect.

      Denis

© 2002 Aura-Oasis – Denis Dhondt