Gepubliceerd op zondag 12 februari 2017 om 7:10 door Denis

Wijsheid uit antieke boeken

terug

Verloren kennis uit een antiek boek

Aura Oasis Logo

Léon Denis

Een genie en esoterisch filosoof

hyslop

Ik viel op een boek van de Franse schrijver Leon Denis. Half vermolmd, de bladen bleken nog niet losgesneden van elkaar waardoor het boek niet kon ingekeken worden. Dit hield me enkele uren bezig omdat het een delicaat werkje was, begon ik het te lezen. Daar vond ik mezelf eigenaardig genoeg totaal in terug. Meer nog, die schrijver was werkelijk geniaal. Zijn teksten waren zo begrijpelijk en de bewoordingen waarin hij boekdelen spreekt, maken dat iedereen die wat esoterie kent het herkent en begrijpt als ware het de logica zelf. In eenvoudige woorden heel veel overbrengen in een soort beeldtaal die direct begrepen wordt, dat is een kunst. De kennis van Leon Denis vond ik werkelijk verpletterend. Men moet rekenen dat het boek dateert uit 1928 (heruitgave!), een tijdperk waarin de geleerden Dr. Hyslop, Crookes, Myers en dergelijke nog leefden en kritisch ook de paranormale verschijnselen hadden onderzocht. We zaten middenin de erkenning van het feit dat vele fenomenen weliswaar niet konden verklaard worden met suggestie, hallucinatie of andere sceptische betogingen. Het was het spiritisme net voorbij en de wetenschappelijke erkenning startte toen wat men nu het parapsychologisch onderzoek noemt. Om jullie even te laten meegenieten typte ik enkele citaten uit.


Citaten uit het boek « Après la mort » van Leon Denis in een herdruk uit 1928

Citaat over de zin van het leven – Léon Denis (1928)

De bestemming van den menselijke geest is van tweeërlei aard: de gevangenschap in de stof, de opstijging naar het Licht. De zielen zijn kinderen van de hemel en haar toeven op aarde is een beproe­ving. Zolang zij geïncarneerd zijn, verliezen zij alle herinnering aan haar hemelse afkomst. Geboeid door de stof, bedwelmd door het leven haasten zij zich voort, vervuld van hoog zielegenot, door de sfe­ren van het Leed van de Liefde en van den Dood” naar de aardse gevangenis, waarin ook gij ver­zucht en waar het hemelse bestaan u een ijdele droom toeschijnt. De lage en slechte zielen blijven door talloze wedergeboorten aan de aarde geketend, maar de deugdzame zielen stijgen gevleugeld op naar de hogere sferen, waar zij de herinnering terugkrijgen.

Zij worden er van doordrongen doordat haar bewustzijn verhelderd is door geleden smart en door haar grote wilskracht die zij zich door strijd hebben eigen gemaakt. Zij worden lichtende wezens, want zij hebben het goddelijke in zich.

(Opmerking: In enkele zinnen wordt hier de hele esoterische kennis geopenbaard)


Citaat: Natuurkunde, biologie en het leven – Léon Denis (1928)

De vaste stoffen gaan over in vloeibare, de vloeibare worden gas; na de toestand van gas komt de lichtende toestand, en dan, na talloze verfijningen, gaat de stof over in onweegbare toestand. Dan wordt zij die etherische zelfstandigheid, die de ruimte vult en die zo ijl is, dat men haar voor het absolute ledige zou houden, indien het licht, wanneer het haar doordringt, haar niet deed trillen. Al het bestaande baadt zich in die lichtgolven als in een vloeibare zee.

Zo verliest de stof zich van trap tot trap tot iets onzichtbaars. Alles bestaat uit kracht en beweging. De wetenschap leert ons, dat de bewerktuigde en onbewerktuigde lichamen, delfstoffen, gewassen, dieren, mensen, werelden en sterren, niets anders zijn dan een verzameling moleculen, die weer gevormd zijn uit van elkander afgescheiden atomen, in voortdurende beweging en onafgebroken hernieuwing. Het atoom is niet zichtbaar, zelfs niet met de sterkste vergrootglazen. Het menselijk begrip kan zich dit bijna niet voorstellen, zoo nietig is het. En deze moleculen, deze atomen, bewegen zich, wentelen rond keren en wenden zich in voortdurende trillingen, te midden waarvan de vorm der lichamen alleen blijft bestaan tengevolge van de wet der aantrekkingskracht.

Men zou dus kunnen zeggen, dat de aarde is samengesteld uit onzichtbare atomen, die bestuurd worden door onstoffelijke krachten. Zodra men de stof nader onderzoekt, verdwijnt zij als rook. Zij bestaat slechts schijnbaar en kan ons geen enkele zekerheid als basis geven. Er bestaat geen blijvende werkelijkheid. De wetenschap heeft berekend, dat één kubieke millimeter lucht, die wij inademen, vijf miljoen atomen bevat. Een speldenknop heeft acht sextilionen, dat is achtduizend miljarden van miljarden.

Er is geen zekerheid dan die in onze geest. Aan hem alleen openbaart het heelal zich in zijn levende éénheid en in zijn eeuwige pracht. Hij alleen kan van die schoonheid genieten en de overeenstemming daarin begrijpen. Het is in den menselijke geest, dat het Heelal zichzelf kent, weerkaatst wordt en zichzelf gelijk blijft. De geest is nog meer dan dit. Hij is de verborgen kracht, de wil die de stof beheerst en leidt ‑ Mens agitat molem ‑ en haar bezielt. Wij hebben gezegd, dat alle moleculen en atomen voortdurend in beweging zijn en zich telkens vernieuwen. Het menselijk lichaam is als een levende stroom, waar de golven elkander steeds opvolgen. leder deeltje wordt door andere deeltjes vervangen. Zelfs de hersens zijn aan deze wisselingen onderhevig en binnen weinige jaren is ons gehele lichaam vernieuwd. De bewering, dat de denkbeelden uit de hersens ontspruiten, is dus onjuist. Deze zijn slechts de werktuigen. Door de wisselingen van ons stoflichaam heen, blijft onze persoonlijkheid bestaan en met haar ons geheugen en onze wil. ln de mens is een met rede begaafde en zelfbewuste kracht, die de harmonische beweging der stofatomen regelt, zoals dit voor zijn bestaan nodig is; een beginsel, dat de stof beheerst en haar overleeft.

Het is evenzo met al het bestaande. De stoffelijke wereld is slechts het uiterlijk aanzien, de wisselende schijn, de openbaring van een zelfstandige en geestelijke werkelijkheid die haar bezielt. Evenals het wezen van de mens niet is in de wisselende stof, maar in den geest, is ook het wezen van het heelal niet in de verschillende werelden en planetenstelsels, die het geheel vormen, maar in den verborgen Wil, in de onzichtbare en onstoffelijke Macht, die de geheime drijfveren bestuurt en de ontwikkeling regelt.

(Opmerking: Al het stoffelijke wordt door een onzichtbare werkelijkheid intelligent bestuurd zoals de hedendaagse natuurkunde aantoont)


Citaat van de beschrijving van de “Bijna doodervaring” uit 1928 – Léon Denis

Laten wij de denkbeelden varen, die de dood “de drempel van het niets” of “het voorspel der eeuwige straffen” noemen. Verdwijnt, sombere spooksels der godgeleerdheid, schrikaanjagende dogma’s, onverbiddelijke uitspraken, helse straffen! Maakt plaats voor hoopvolle zekerheid! Voor het eeuwig voortbestaan! Geen ‑ ondoorzichtige nevelen, maar een verblindend licht rijst op boven de graven.

Hebt gij wel eens de vlinder met zijn bonte wiekjes zich zien ontdoen van zijn vormeloze pop, dat weerzinwekkend omhulsel der rups, waarmee het voorttrok over de grond? En hebt gij dan gezien, hoe hij vlug en bevrijd in de zonnige lucht opvloog, te midden van den geur der bloemen? Er bestaat geen beter beeld van het stervensproces. (Opmerking: de uittreding en het opstijgen naar het licht! De bevrijding uit de stof – bedenk dat de eerste bijna doodervaringen pas met 19 gevallen opgetekend werden door Dr. Moody in de jaren 70!)

Ook de mens is een pop die de dood ontbindt. Het menselijk lichaam, het vleselijk omhulsel wordt neergelegd op de vuilnisplaats, ons sterfelijk kleed keert terug tot de werkplaats der natuur, maar wanneer de geest zijn arbeid reeds verricht heeft, zweeft hij op naar een hoger leven, naar dat geestelijk leven, dat op het lichamelijk bestaan volgt, zoals de dag den nacht opvolgt, en dat een rusttijd is tussen ieder onzer reïncarnaties. (Ons aards leven in vergelijking met het leven na de dood dat ene hogere realiteitswaarde heeft, zoals je ontwaakt uit een droom).

Wanneer wij doordrongen zijn van deze begrippen, hebben wij geen angst meer voor de dood. Dan durven wij hem zonder vrees in het aangezicht zien evenals onze voorvaderen, de Galliërs. Geen vrees of tranen meer, geen droevige toebereidselen, geen dodenzang. Dan zal een begrafenis een feest worden, waarop wij de bevrijding der ziel, haar terugkeer tot haar werkelijk Vaderland zullen vieren.

De dood is de grote openbaring. Wij hebben ons wel eens afgevraagd in tijden van beproeving: «Waarom ben ik geboren? Waarom ben ik niet gebleven in de duisteren nacht, waar men niet voelt, niet lijdt, waar men eeuwig slaapt?» Dan hoorden wij in die ogenblikken van twijfel en angst een stem ons antwoorden; Lijd, opdat gij verder komt en gelouterd wordt! Bedenk, dat uwe bestemming verheven is. De donkere aarde is uw grafplaats niet. De werelden die aan de hemel schitteren, zijn uw toekomstige woningen, het erfdeel dat God voor u heeft weggelegd. Gij maakt voor eeuwig deel uit van het heelal; gij behoort zowel tot het verleden als tot de toekomst, en nu arbeidt gij aan uw ontwikkeling. Draagt dus met gelatenheid de beproevingen die gij zelf gekozen hebt. Zaai met smart en tranen het zaadkorreltje dat in uw toekomstig bestaan ontkiemen zal; zaai ook voor anderen; zoals anderen voor u gezaaid hebben! Onsterfelijke ziel, ga met vaste stap voort op de stenigen weg naar de hoogte, waar de toekomst voor u zal openliggen. De stijging is moeilijk en de zweetdruppels zullen u telkens het gelaat bevochtigen; maar als gij de top bereikt hebt, zult gij het grote licht zien in de verte, aan de horizon zult gij de zon van waarheid en recht zien opgaan. De stemmen die op deze wijze tot ons spreken, zijn de stemmen der doden, de stemmen van geliefde doden, die ons zijn voorgegaan naar het land van het werkelijke bestaan. Zij rusten niet onder de grafzerk, zij waken over ons. Van uit die onzichtbare wereld zien zij ons aan en lachen ons toe.

(Opmerking: de ontmoeting met overleden verwanten. Opmerking 2: in een ander deel van het boek wordt ook melding gemaakt van het levensoverzicht waarbij men ook de gevoelens van de andere voelt)

Besluit

Ik zou al zijn boeken willen gaan lezen. Ze bevatten bovendien verloren gegane gegevens, kennis en feiten. Die boeken leven nog als ware en delen een innerlijk weten. Zou hij toch een beetje gelijk hebben met zijn bewering? Een feit is wel dat ik vooral Leon Denis de opmerkelijkste auteur vind dat ik ooit heb gelezen. Bedenk ook dat deze boeken niet eens losgesneden waren. Niemand kon ze dus al gelezen hebben. Toen ik ze vastnam voelde ik de kracht en de kennis in een verwondering over mij komen. Dat werd bovendien nog bevestigd toen ik deze ondanks de oude taal ook nog gefascineerd begon te lezen. Ik vrees dat ik waarschijnlijk weer teveel zal willen. Daar het de beste stof is, die ik ooit in één enkel boek tezamen vond (er zijn verschillende andere boeken, die ik bij dit schrijven nog niet heb gelezen), is er een innerlijke drift om deze boeken te gaan vertalen in de huidige schrijfwijze. Dit is uiteraard een enorm werk, maar het lijkt er inderdaad wel op dat deze boeken al die jaren onontdekt op mij hebben staan wachten…   

      Leon Denis - Denis

© 2002 Aura-Oasis – Denis Dhondt