Gepubliceerd op vrijdag 23 november 2001 om 7:15 door Denis

Tijd, astraal en fysiek vergeleken

terug

Aura Oasis Logo

Tijd, astraal en fysiek

Mensen die een buitenlichamelijke of mystieke ervaring beleven beweren dat er iets mis is met de tijd of dat tijd niet bestaat. Dit treedt op bij Uittreding, bij mystieke of kosmische ervaringen, bij Bijna Dood Ervaringen en bij dromen. “Het is alsof de tijd niet bestaat” “Er is geen tijd op te plakken, ik kan niet zeggen hoelang dit duurde, het konden minuten, uren, dagen en weken zijn” “Het was alsof tijd niet bestond”. Maar hoe moeten we ons dit voorstellen? Hoe en wat wordt er bedoeld dat zo moeilijk uit te leggen lijkt? Uit een eigen ervaring probeer ik hier een antwoord te geven zodanig dat je kan begrijpen dat “Er iets vreemds met de tijd” is.

Iets vreemd met de tijd

Wanneer je los staat van het fysieke

Tijd is een fysiek iets. Buiten de materiële wereld blijkt tijd een heel andere vorm te hebben. Sedert Einstein de relativiteitstheorie ontdekte merkte men, dat ook in onze fysieke wereld iets onbegrijpelijk is aan de tijd. Maar daarover gaat het hier niet. De bedoeling van dit artikel is gewoon een inzicht te geven hoe de tijd veranderd in buitenlichamelijke toestanden of in die geestelijke toestanden van puur bewustzijn. Het lijkt moeilijk te begrijpen, maar sedert ik eens een uittreding had door een ongeval, weet ik wat er bedoeld wordt. Daarom ga ik eerst kort de uittreding toelichten:

De uittredingservaring.

Het ongeval ontstond toen een eiken balk vanaf een hoogte van 2 meter naar beneden viel en op mijn hoofd terecht kwam. Ik liep een zware hersenschudding op, een nekletsel en had verschillende scheuren in de huid van mijn hoofd die dienden genaaid te worden. De sporen zijn nog op mijn voorhoofd te zien, de andere naden zitten onder het haar.

We waren aan een herstelling bezig en de eiken balk werd gebruikt als veiligheid om iets te ondersteunen, moest dit toch vallen wanneer een hydraulische olieleiding zou kunnen doorslaan (een hydraulisch opgehesen machinale constructie). Ik hoorde nog roepen “Pas op!”, maar de klap kwam er reeds aan, en daarbij werd ik nog tegen een metalen constructie geworpen. Ik greep met de handen naar mijn hoofd omdat ik een zeer luid ‘bijengezoem’ hoorde dat een holografisch binnenhoofds geluid was. Dit geluid was zeer tergend, alsof duizend bijen; in het wild opgejaagd door mijn hoofd vlogen. Toen viel ik neer en wist ik dat ik bewusteloos was. Dit klopte op zichzelf al niet. Hoe kan je nu denken dat je bewusteloos bent als je bewusteloos bent. Toch viel me dit dat moment net als vele andere schijnbare rariteiten niet zo belangrijk al merkte ik er vele op. Maar het was gewoon zo, en je werkelijkheid die je waarneemt wordt vaak aanvaard zoals je ze waarneemt. Iets vreemds valt ons wel op, maar meer dan “dit is vreemd” wordt er meestal niet bijgedacht tenzij vele vreemde zaken zich op korte tijd afspelen.

Ik viel dus bewusteloos neer, en het gezoem hield daarmee op. Blijkbaar was alles niet erg, want ik richtte me op en volgde de persoon die naar de telefoon liep. Ik stond naast hem toen hij de 100-wagen belde. Ik ging nog uit de weg voor hem, toen hij zich terug omdraaide en terugging. Maar hij had nog maar net de telefoon neergelegd toen ik de sirene al hoorde van de 100-dienst. Dit was vreemd, hoe kon dit nu zo snel, hun kazerne was kilometers verwijdert. Zelfs als zit men klaar in de auto, dan nog zou dit minstens 5 minuten duren voor ik de sirene zou kunnen horen.

Ik volgde de man niet meer die belde, maar door mijn gedacht aan die sirene, zag ik ze plots op de steenweg, uit de verte komen (ong. 700meter). Nochtans zat tussen de bedenking en het zien van de hulpverlening geen tijd. Ook stond ik op een standpunt waarop ik die hulpdienst kon zien aankomen. Ik stond op de hoek van de staat. De plaats waar het ongeval gebeurd was, of waar ik het laatste was; bij de telefoon; laat niet toe de steenweg te zien, omdat daar een 250 meter lange oprit aan dient te worden doorlopen om daar te komen. Tevens zorgt een beplanting van hoge struiken, heesters en bomen ervoor dat er vanaf de oprit niets te zien is van de straat. Maar ik had helemaal die afstand niet afgelegd en er zat ook geen tijd tussen het neerleggen van de hoorn, het horen van de sirene en daarop volgend het zien aankomen van de hulpdienst. Ik ervoer dit als eigenaardig en vreemd. Dit was ook zeker absoluut geen hallucinatie of droom. Dit was echt en ik was echt. Er was geen enkel verschil, behalve de vreemde dingen die niet goed leken te kloppen. Deze waren: de tijd en de verplaatsing waar ik niets van wist; ik stond daar gewoon plots en dat leek nog niet eens zo vreemd op dat moment. Ik had er niet naar toe gewandeld, nog gevlogen door de lucht. Ik leek gewoon door mijn bewustzijn op de wagen te concentreren verplaatst.

Toen draaide de ziekenwagen de oprit op en snelde naar de binnenplaats. Daar stond ik en zag hun weer afkomen rijden. Opnieuw was ik verplaatst. Ik zag gewoon alles van daar beter. Het leek achteraf bekeken net op de manier waarop men een film zou maken. De onbelangrijke stukken weggeknipt, en verandering van camerastandpunt. Pas nu begon ik door te krijgen dat dit vreemde eigenlijk niet meer klopte. ..Zeker toen ze uitstapten en terwijl de dienstdoende ambulanciers me kenden gebeurde nu wel het toppunt: ze keken niet eens naar mij op, terwijl ik vlak bij hen stond en ze mij maar al te goed kenden. Ze liepen me bijgevolg gewoon voorbij, om zich naar de plaats van het ongeval te begeven, vanwaar ik me uit mijn toestand oprichtte en met hen meeging. Eerst liep men nog met mij naar de wastafel om het meeste bloed dat van mijn gezicht liep wat af te spoelen. Naast die hoofdwonden die me een erg bebloed gezicht gaven was er blijkbaar met mij niet zoveel méér aan de hand.

Toen volgde het vervoer, de opname in een van de vele gordijnenhokjes tussen vele andere in de spoedafdeling van het hospitaal, waar ik ontkleed werd tussen enkele gordijnen om mijn met bloed besmeurde kleding te verwijderen en me klaar te leggen voor een volledig onderzoek op breuken en dergelijke. De verpleegster nam ondertussen mijn pols op en alhoewel ik eigenlijk rustig was, schrok die en sloeg duidelijk in paniek toen mijn pols 150 bleek te slaan, deze sloeg alarm en spoedig stonden er enkele anderen bij mij. Dit maakte mij ongerust en ik dacht daardoor niet aan die vreemde toestanden. Pas toen alles genaaid was, kwam de nekpijn op en ik werd een kraag aangedaan en kreeg enkele pijnstillers. Mijn pols was nog steeds veel te hoog en men kwam me wel regelmatig controleren om te zien of die zakte (bloedverlies?). Ik voelde ze zelf niets van, noch was is in shock op noch in een of andere emotionele opgewonden toestand of angst. Daarna viel ik in slaap, gewekt door het bezoek van mijn vrouw en familie. Dus had ik steeds iets dat mijn gedachten nog weghield van de rare gebeurtenis. Toen ik eindelijk rust kreeg, liet dit vreemde me niet meer los. Hoe kan dat allemaal? Ik had het eerst niet door, maar toen viel mijn frank…Ik moest uitgetreden geweest zijn…en ik had het niet eens gemerkt, behalve dan dat enkele dingen eigenlijk niet leken te kunnen. Ik had nu wel een zware klap gehad, maar mijn denk- en waarnemingsvermogen was intact.

Nu pas kreeg ik de tijd om me af te vragen en mij te realiseren wat er tussen het gezoem en de oprichting van mijn lichaam was gebeurd. Nu had ik wel al voldoende over uittredingen gehoord, maar sommige details waren me toen nog onbekend. Later ontdekte ik dat een uittreding meestal voorafgegaan wordt door een zoemend intern geluid. Soms is dit ook een gerinkel. De omschrijving die ik ergens las van dat geluid bevestigde nu zeker dat ik was uitgetreden.

Misschien vraag je je af hoe je daar nu zo onzeker kan van zijn, daar dit toch wel een heel speciale ervaring moet zijn? Het antwoord daarop is simpel. De uittreding is doodgewoon, je merkt eigenlijk geen verschil, zelfs de tijd die ontbreekt en de gemiste verplaatsing zouden velen niet zijn opgevallen. Het lijkt wel of we deze dingen zo gewoon zijn en alsof dit dagelijks voorvalt. Dit valt ons dan ook dagelijks onbewust voor, telkens als wij dromen, werkt onze ervaring op dezelfde manier. Maar die uittreding was geen droom, temeer omdat alles wat ik had waargenomen, achteraf gecontroleerd exact klopte met wat er gebeurd was.

g

Het begrip

Nu ik door deze ervaring ben gaan nadenken, heb ik bij bepaalde dingen een inzicht verkregen. Het raadselachtige gezegde “Er was iets met de tijd” van mensen die het zelf niet begrijpen, laat staan verwoorden, is niets meer dan bewustzijn. Dit moet ik wel even nader uitleggen. In ons dagelijks leven hebben we de indruk door een lineair lopende tijd te gaan. Ieder uur duurt min of meer even lang in onze ervaring. Als je tandpijn hebt, lijkt dit uur wel langer te duren, dan als je in prettig gezelschap bent. Maar toch voel je de klok en neem je dat als vanzelfsprekend aan.
Als je in een niet-lichamelijke toestand bent, hetzij etherisch of astraal, ben je eigenlijk bewustzijn. Je hebt uiteraard wel een lichaam, maar dat is je pure gedachtenvorm. Door je bewustzijn door je denken te verplaatsen verplaatst je denkbeeldig lichaam zich ook, dat je eigenlijk zelf creëert, en dat je zeer waarachtig zo waarneemt. Wat er vreemd is aan de tijd, is dus gewoon dat er geen tussentijden tussen de gebeurtenissen zitten. Het is als een film die een verhaal kan uitbeelden op 1,5 uur, maar dat naargelang de hoofdpunten van de film een korte of een zeer lange tijdsperiode kan overbruggen.
Maar we zitten niet in een film. Ik gebruik dit alleen als voorbeeld. Zodra onze gedachten denken aan ons lichaam, zien we dit. Bij het gebeurde van mijzelf volgt alles de werkelijke logische volgorde, maar zonder tussentijden. Deze zouden er eigenlijk wel kunnen zijn. Maar als we terugblikken, doet mijn aandacht onmiddellijk toestanden veranderen. Mijn waarneming die overigens zeer realistisch echt was, verplaatste zich door de bel naar de gedachte van de ziekenwagen, waardoor ik deze ook hoorde en zag. Om dit te kunnen moest ik van een ander standpunt waarnemen. Ik diende mij niet te verplaatsen omdat ik geen lichaam had. Ik nam er wel een waar als ik er op lette. Nergens deed iets pijn. Mijn bewustzijn verplaatste zich gewoon in tijd en plaats. Daardoor lijkt alles elkaar direct op te volgen, en wordt de schatting van de aardse tijd die normaal zou voorbijgegaan zijn zeer moeilijk. De telefoonhoorn lag letterlijk nog niet neer, toen ik de sirene hoorde, en van zodra dit gebeurde zag ik hen ook komen. Maar hoeveel tijd er op fysiek vlak nodig was om van de telefoon, werkelijk naar de ziekenauto te gaan, de elektrische poort te laten opengaan, te wachten op de andere collega, de straat op te rijden en de afstand af te leggen tot op het punt waarbij ik ze als een fractie van een seconde later zag aankomen, weet ik niet. Ik kan dit schatten op minimaal 5 minuten. Maar, dit kan evengoed een kwart uur zijn. Stel nu, dat de wagen reeds in gebruik was bij een ander ziekenvervoer (ze hebben maar één wagen, indien er meerdere nodig zijn, moet men Gent bellen), dan zou dit meer dan 5 minuten duren. Door het feit dat alles uit die ervaring direct elkaar opvolgde, zonder details omdat ik daar niet aan dacht, dat zou ik dit dus onmogelijk in de tijd kunnen inschatten. De tussentijd was weg, en of die nu 5 aardse minuten of 1 aards uur duurde, kan ik dus niet weten, tenzij ik ergens een aardse klok gadesloeg. Maar mijn tijdsbeleving klopte in ieder geval niet met de reële “aardse” tijd. Dit houdt dus het probleem in. Als je dit begrijpt, dan heb je het juiste inzicht die je kan helpen die onbegrepen tijd te begrijpen.
“Er is geen tijd” is zeker foutief. Ook in uitgetreden toestand volgen dingen elkaar op en dat noemen we dus tijd.

Die niet-fysieke tijd kan zeer sterk verschillend zijn, met de aardse tijd. Ik wou dit nog even toelichten door een waar gebeurd voorbeeld van iemand die een gans leven droomde; van geboorte tot dood. Hij sliep echter toch ook maar 1 nacht. Voor zijn droomervaring echter, was dit “een heel leven lang”.

Het omgekeerde kan ook. Je geraakt plots van de weg af met je wagen. De fractie van die seconde, tussen de shock als het begint en tussen het moment dat je tot stilstand komt, kan geweldig worden uitgerokken. Je hebt geen detail gemist. Misschien heb je je eigen auto-ongeval zelf van buitenaf zien gebeuren. Dergelijke ervaringen lijken soms geïntegreerd te zijn in onze dagelijks on-bewustzijn. Nochtans is dit beeld ook een onbewuste uittreding. Bij ongevallen gebeurt het heel vaak dat men zijn eigen ongeval, vlak voor de fatale klap vanuit de lucht op een ander standpunt waarneemt. Daardoor neemt men eigenlijk niet bewust deel in het harde gedeelte. Ook hier weer een voorbeeld zoals ik bij een persoonlijke studie van talloze Bijna Dood Ervaringen uit de eerste hand ontdekte: Iemand valt van zeer hoog langs een cliff naar beneden. Net voor hij de rotsen zal raken, en daardoor langs de helling nog enkele malen door zijn val verpletterd wordt, is hij echter uit zijn lichaam en ziet het gebeuren i.p.v deel te nemen. Dit komt blijkbaar zeer veel voor; het lijkt wel een Goddelijke genade. Alleen tijdens de eerste ogenblikken van de val heeft men de angst gehad. Als hij van minder hoog zou zijn gevallen, en toevallig zeer zacht en ongeschonden in het water zou zijn gevallen, zou hij door de inbeslagname van zijn bewustzijn dat dit moment zo sterk met de ervaring bezig is, misschien niet eens hebben opgemerkt dat hij mogelijk een moment uit het lichaam zou zijn getreden. Men kan echter ook gedeeltelijk los staan van zijn lichaam, ik zie daarin een verklaring voor de te laat komende pijnen, die men tijdens de eerste momenten van de shock (alleen bij plotse shocks!) niet voelt.

Van tijd tot transcendentie

Vermits het bewustzijn zich een lichaam lijkt te kunnen vormen, dat normaal gesproken perfect het juiste is, zal dit eerder een persoonlijke weergave zijn van zoals je zelf denkt te zijn. Een oud persoon, voelt zich meestal jonger dan hij is. Bij uittreding, ziet deze zichzelf zo in zijn bewustzijn en neemt daardoor die vorm aan. Maar je zou ook die vorm kunnen veranderen, als je bewust genoeg beseft dat je dat kan, en dat je dat enkel maar dient te “zijn” in je denken.
Het is ook bekend dat entiteiten in onstoffelijke vorm (ook wij zijn entiteiten maar in stoffelijke vorm) zich met de snelheid der gedachten verplaatsen.
Dit vind je bij elke BDE of uittreding terug, tenzij, men echt denkt te voet te gaan of door de hemel te zweven. Een landkaart blijkt ook niet nodig. Denk gewoon aan dat waar je wil zijn en je bent er of gaat of vliegt er vliegensvlug naar toe. Maar dat kan ook in de tijd. Dus niet alleen is afstand oor gedachten te overbruggen, maar ook de tijd. Zelfs in onze hedendaagse natuurkunde is momenteel aanvaard dat afstand en tijd twee onderling uitwisselbare vormen zijn, zoals energie zich kan voordoen als materie en vice versa; denk maar aan golven en deeltjes. Maar dit kan dus niet alleen met plaats en tijd, maar ook met je persoonlijke vorm. Je kan een andere vorm aannemen die minder op je lichaam lijkt, maar die er veel mooier en stralender uitziet. Je gedachte heeft hierin de leiding. Denken is zijn. Bovendien kan deze conclusie veel verder worden doorgetrokken; namelijk transcendentie, maar dan in de letterlijke vorm van het woord.
Onder diepe hypnose zijn personen in andere personen overgegaan op de suggestie van de hypnotiseur dat ze iemand anders waren. Men nam als proefpersoon een bestaande figuur die ook meedeed aan het experiment. Men kwam tot de conclusie dat iemand perfect de persoonlijkheid en de ervaringen van de ander kan kennen. Dit neemt letterlijk de extreme en ongelooflijke vorm aan, van werkelijk in de ander te leven. Men ken de herinneringen, voelt de gevoelens, weet alles over diens vrouw, enz…Men ging zelfs nog veel verder; men vertelde iemand een slang te zijn, die net in haar paringsperiode is. De mannelijke slang versiert de vrouwelijke lang via een bepaald door dierenkenners gekend ritueel. De gehypnotiseerde, die niets van de paringsdrang en over het gedrag daardoor weet, wist echter alle gevoelens en paringsrituelen voor het vrouwtje te kunnen verhalen, ja hij geraakt er zelfs van opgewonden. (Dit is een onderdeel van werkelijke gedane experimenten met transpersoonlijkheid) Transpersoonlijkheid komt ook voor bij gebruikers van LSD. Voor méér over transpersoonlijkheid, verwijs ik u naar een eerder uitgegeven artikel in ons tijdschrift van Januari 1996 dat nog steeds te vinden is in onze bibliotheek. Teneinde een reïncarnatie te bewijzen kan transpersoonlijkheid een probleem zijn bij mensen die onder hypnose gebracht worden. Vandaar dat hedendaags reïncarnatie-onderzoek geen gebruik meer maakt van hypnose, maar meestal van de herinneringen van kinderen onder de 3 jaar (daarna nemen deze herinneringen zeer snel af).

Weerom eenzelfde conclusie

Zoals ik al doorheen vele andere artikels steeds op het holistisch karakter van onze realiteit terechtkwam als verklaring voor vele parapsychologische fenomenen, komen we hier terug terecht bij deze spirituele conclusie.

Wij zijn een deel van een veel groter bewustzijn, en zijn daar niet van gescheiden. Dit groot bewustzijn “God”, is alles wat er bestaat, dat individueel een eigen leven lijkt te leiden. Dit doet zich aan ons voor door ons gevoel van individualiteit, onze lokaliteit, en onze tijdswaarneming, waardoor alles een lineair karakter heeft dat van oorzaak naar gevolg lijkt te gaan. (Deze oorzaak-gevolg realiteit is onlangs door de moderne hedendaagse fysica bewezen onjuist. Er bestaat slechts enkel een NU, het nu van het bewustzijn dat waarneemt. Dat creëert zowel de oorzaak als alle mogelijke gevolgen. Het lijkt misschien ongelooflijk, maar dit gevolg van de vorderingen uit de quantumfysica, is momenteel bewijsbaar in een herhaalbare proefopstelling met spiegels en één foton aangetoond door Prof. Wheeler, die hiermee deze schijnbare paradox heeft ontmantelt)

We kunnen er daarom, weerom niet onderuit dat er inderdaad meer bestaat dan door ons menselijk denkvermogen te begrijpen valt. Dit was in het verleden zo (in het stenen tijdperk was een tv-toestel ondenkbaar), en dat is nog steeds zo. Er zijn nog zoveel dingen die we nog niet ontdekt hebben, en meestal zelfs niet kunnen begrijpen, dat we ze voor onmogelijk houden. Ik zou niet weten waarom het gegeven voorbeeld uit het stenen tijdperk zou verschillen met vandaag, omdat er nog elke dag nieuwe ontdekkingen gedaan worden, de laatste 100 jaar zelfs ontdekkingen, die onze totale visie op tijd, materie, dimensies en bewustzijn een ongelooflijk moeilijk te interpreteren nieuw imago hebben gegeven, dat we zelfs met moeite kunnen begrijpen. Denken dat we alles weten, en dat alleen de techniek nog vorderingen kan maken is totaal gericht op onze eenzijdige kijk door de hedendaagse technische revolutie.
Het lijkt er heel sterk op, nee, dit is fout uitgedrukt; “het is zelfs momenteel zo dat ons heel Newtoniaans en materialisch wereldbeeld plaats moet maken voor een visie van onze werkelijkheid door de recente ontdekkingen van de fysica, die zeker het keerpunt vormen van een technische revolutie die plaatst maakt voor een mystiek en spiritueel inzicht. Ook al is dit momenteel zo sterk bewezen, toch hebben heel veel materialistisch denkende wetenschappers het nog heel moeilijk met dit beeld. Het wordt niet graag erkend, maar men kan er uiteindelijk niet meer onderuit. Men is nu geleidelijk aan verplicht in dingen te gaan geloven, waarvan men gisteren nog dacht dat ze voor zonderlinge mystici of paranormale geobsedeerden waren, maar waarvan ze juist op basis van het materialisme de foute redenering maakten dat deze dingen allemaal niet konden. Momenteel is dit wereldbeeld 180° gedraaid en is men gedwongen, door hun eigen wetenschappelijke proeven, het bestaan van mystieke, spirituele, bovennatuurlijke zaken zelfs als vanzelfsprekend te moeten postuleren aan de hand van de recente “Technische revolutie!”. Techniek gaat nu over in een spiritueel, holistisch wereldbeeld. Holisme is en kan niet anders zijn dan “God” en het Holistische karakter van onze wereld en de ganse kosmos is momenteel op diezelfde materiële wetenschappelijke proeven bewezen. (Theorema van Bell, Proef van Wheeler, Bewijzen voor de non-localiteit, (quantumtheorie), enz…Maar ook modern bewustzijnsonderzoek en hersenonderzoek heeft aangetoond dat het bewustzijn niet in de hersenen huist (Eccles, Pribam) en dit niet na de nodige sceptische proeven, want men kon het zelf niet geloven.

	 Denis

© 2006 Aura-Oasis – Denis Dhondt

g