Gepubliceerd op donderdag 27 december 2001 om 8:03 door Denis

Paranormale vermogens, voorkomen en het hoe

terug

Parapsychologische vermogens

Aura Oasis Logo

PSI, voorkomen en gebruik

Deel 1: parapsychologische vermogens

INLEIDING: DEFINITIE

Wanneer we ons afvragen welke onze relatie is met de wereld kunnen we als antwoord geven: wij doen indrukken op uit de buitenwereld via onze zintuigen en wij oefenen een invloed uit op deze wereld via onze spierbewegingen. Dit is een eenvoudige en volledige omschrijving van onze uiterlijke relatie met de wereld.

Maar we kunnen ook nog op een andere wijze, een innerlijke en paranormale wijze, in contact komen met de buitenwereld: dit is de buitenzintuiglijke waarneming of het helder waarnemen in de tijd en in de ruimte. We kunnen ook invloed op de buitenwereld uitoefenen buiten alle spierbewegingen om: door psychokinese.

Het helder waarnemen kan onder verschillende vormen gebeuren: wanneer de extra sensoriele prikkels worden waargenomen onder vorm van een bepaald beeld spreekt men van helderzien; bij het horen van stemmen of geluiden, van helder horen; respectievelijk van helder voelen, helder smaken, helder ruiken; tenslotte van helder weten wanneer het gaat om een intuïtief inzicht dat niet nader te omschrijven is.

Met telepathie bedoelen we “gedachtelezen”. Telepathie kan al de hierboven vermelde aspecten aannemen. Bij het helder waarnemen gaat het om waarnemingen die gebonden zijn aan de objectieve buitenwereld; bij telepathie gaat het om waarnemen in de psyche van een ander persoon. Men spreekt van een uitzender die de telepathische prikkel uit zijn hersenen stuurt, en een ontvanger die deze in zijn hersenen opvangt. Helder waarnemen is dus objectief terwijl telepathie subjectief is. Gewoonlijk is het moeilijk en bovendien weinig belangrijk om een onderscheid tussen beiden te maken. Tegenwoordig wordt in de parapsychologie geen onderscheid meer gemaakt omdat er geen aantoonbaar verschil kan aangetoond worden.

Nemen we bijvoorbeeld de proef waarbij aan de proefpersoon wordt gevraagd de inhoud kenbaar te maken van een gesloten omslag. In de omslag bevindt zich een velletje papier waarop een cijfer van 1 tot 10 geschreven staat. Wanneer de proefpersoon de begaafdheid bezit, zal hij dit cijfer juist kunnen aangeven. Dit kan gebeuren doordat hij helder waarneemt en dus rechtstreeks in de omslag kijkt, ofwel een stem hoort die hem het cijfer influistert enz; ofwel gaat het om telepathie: wanneer de gewaarwordingen worden ingegeven via de geest van de persoon die het cijfer heeft neergeschreven en het dus kent.

Het helder waarnemen en de psychokinese hebben een gemeenschappelijke achtergrond ze worden nl. beiden veroorzaakt door éénzelfde energie: de factor Psi. Deze factor Psi is enorm bestudeerd, maar zijn ware aard blijft totaal ongrijpbaar voor de fysica. Men heeft in de parapsychologie weinig zekerheden, maar dit is er één van: de factor Psi is geen fysische energie. Hij behoort als het ware tot een gebied achter de materie, het is een psychische kracht, met volledig eigen wetten, niet meer gebonden aan ruimte en tijd. Het revolutionaire van deze vaststelling kan niet genoeg onderstreept worden. Fysici zijn immers allerminst geneigd om aan te nemen dat voorbij het laatste partikeltje van het laatste atoom een ongekende psychische energie aanwezig is! Het is dezelfde wereld van energie die men heden ten dage ontdekt in de verst gevorderde experimenten van de micro-fysica en de astrofysica: het ontdekken van een “virgalié fondamentale” (Biondi), een archi-matibre” (reeds aangekondigd in 1917 door Teilhard de Chardin). Deze wereld is ook ontdekt in de school van Jung: voorbij het laatste archetype, voorbij het laatste geometrisch symbool bevindt zich de Unus Mundus als een mateloze vormingskracht.

De parapsychologie is dus de studie van de factor Psi. We weten reeds dat deze factor alles te maken heeft met de innerlijke kant van de dingen maar na hetgeen we zo pas gezegd hebben zal het niemand meer verwonderen dat de parapsychologie niet zo zeer psychologie dan wel fysica is. Einstein heeft een enorme bijdrage geleverd tot de parapsychologie. Er zijn meer biologen, statistici, atoomfysici in dit veld werkzaam dan psychologen. In deze voordracht gaan we ons vooral richten naar de bevindingen van de Tsjech Milan Ryzl, professor aan de San José universiteit te Californië, gedoctoreerd in de fysica en in de scheikunde. Tegenwoordig wordt dit veld dan ook meer parafysica genoemd omdat het terrein vooral onderzocht wordt door fysici (bijvoorbeeld retropsychokinese vanuit de qauntumfysica, remote viewing en mental influation in opdracht van de veiligheidsdiensten), meestal voor militaire doeleinden en bruikbaar wetenschappelijk onderzoek, wat natuurlijk ook een kwestie van financiering is.

Helder waarnemen en telepathie

Methodes van onderzoek

In de parapsychologie kent men twee types van onderzoek: de kwalitatieve methode en de kwantitatieve methode. De kwalitatieve methode bestaat uit het bestuderen van zeer begaafde, meestal ook heel beroemde helderzienden of paragnosten. Deze mensen brengen soms zeer indrukwekkende en zeer leerzame prestaties. We denken bijvoorbeeld aan de stoelenproef van Gerard Croiset. Deze Nederlandse paragnost die veel samenwerkte met Prof. Tenhaef heeft meerdere malen een stoelenproef gedaan, soms zelfs over de Atlantische Oceaan heen. De proef komt er op neer dat hij een plattegrond bekijkt van een schouwburg waarop de nummers van de stoelen vermeld staan. Hij voorspelt dan wie bij de volgende voorstelling op stoel nummer zoveel zal gaan zitten. Bij een dergelijke transatlantische stoelenproef ging het om een schouwburg te Denver in de U.S.A. terwijl Gerard Croiset zich in Amsterdam bevond.

Tenhaeff, Wilhelm Heinrich Carl (Rotterdam 18 jan. 1894 – Utrecht 9 juli 1981), Nederlands parapsycholoog, was in 1928 medeoprichter van het Tijdschrift voor Parapsychologie, promoveerde in 1933 in de psychologie te Utrecht, waar hij privaatdocent werd in de parapsychologie. In 1953 werd hij vanwege de Studievereniging voor ‘Psychical Research’ benoemd tot bijzonder hoogleraar in de parapsychologie aan de Utrechtse universiteit en door deze universiteit belast met het beheer van het toen opgerichte parapsychologisch instituut.

WERK: Paragnosie en ‘Einfühlen’ (1933; diss.); het spiritisme (1936, 131981); Oorlogsvoorspellingen (1948); Inleiding tot de parapsychologie (1952, 31974); Beschouwingen over het gebruik van paragnosten voor politiële en andere praktische doeleinden (1957); Telepathie en helderziendheid (1960, 1965); De voorschouw (1961, 1981); Parapsychologie (1969); Buitenzintuigelijk waarnemen (1971); Magnetiseurs, somnambules en gebedsgenezers (1980). – Interviews: Is er leven na de dood? Gesprekken met W.H.C. Tenhaeff (1974, uitg. d. F. Grosfeld).

De voorspellingen van Croiset waren meestal gewoon verbluffend. Hij zegde niet alleen dat het bijvoorbeeld een dame van 1 m 68 zou zijn met zwarte haren, donkere ogen, hij gaf zelfs zeer opmerkelijke details weer. Bij een bepaalde dame zei hij, na haar beschreven te hebben, dat ze geëmotioneerd was geraakt bij het lezen van de 64ste blz. van een boek. Aanvankelijk ontkende deze vrouw omdat ze zich de zaak niet meer voor de geest kon halen. Later schoot haar echter te binnen dat ze laatst inderdaad een boek gelezen had dat over katten handelde. Samen met haar dochter zag zij graag katten, en ze was van plan het boek naar haar dochter in Japan te sturen, tot ze op een bepaalde passage stootte waarin gesproken werd over het lot van oude katten. Ze was daar zo van onder de indruk omdat ze kort vóór het afreizen van haar dochter een vertrouwde veertienjarige kat had moeten afmaken. Aan de hand van deze passage besloot ze het boek maar niet op te sturen naar haar dochter. Toen ze ging nakijken bleek deze passage op blz. 64 voor te komen! De kwantitatieve proeven verlopen meestal veel minder spectaculair. Het zijn vaak gewone studenten die door een parapsychologisch laboratorium worden uitgenodigd en bijvoorbeeld kaarten raden. Men laat zo een student honderd kaarten raden waarvan er 50 zijn met een witte onderzijde en 50 met een zwarte onderzijde. Wanneer louter volgens het toeval wordt gescoord zal men dus 50% juiste antwoorden krijgen. Maar in plaats van het statistisch gemiddelde ziet men bijvoorbeeld dat er 55 of 58 of 60% juiste antwoorden zijn. Dat is niet spectaculair; maar men kan lange reeksen van dergelijke proefnemingen doen zodanig dat men statistisch materiaal krijgt! Als men steeds hoger dan het gemiddelde blijft scoren en dit statistisch op toevalskans berekent, bekomt men astronomische waarden waarbij de kans dat dit resultaat op basis van zuiver toeval verkregen is; oneindig laag is, om niet te zeggen onhaalbaar. Men zou bijvoorbeeld al die proeven 10E30 maal moeten herhalen met negatieve resultaten om de kans dat dit toeval is, tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Als je bekijkt dat men dergelijke statistische proeven al bij 1 kans op 300 als bewezen acht (bijvoorbeeld het statistisch bewijs dat aspirine helpt bij hoofdpijn was 1/300) dan is het duidelijk dat de resultaten een zeer krachtig bewijs leverden.

Meestal werden hiervoor tot vervelends toe de Zenerkaarten gebruikt: het spel bevat 25 kaarten met respectievelijk een cirkel, een vierkant, een driehoek, kronkellijnen of een ster. Men kan deze kaarten gewoon laten raden: een proef in helder waarnemen. Men kan de kaarten ook proberen door te zenden doordat de uitzender ze bekijkt en de ontvanger ze tracht op te vangen via het brein van de uitzender: een proef in telepathie. Men kan de afstand vergroten tot 10.000 km of meer, men kan laten raden welke kaarten er morgen zullen getrokken worden enz… Hoewel deze resultaten minder indrukwekkend zijn voor de gewone buitenstaander is het pas sinds het uitwerken van deze kwantitatieve, statistische proeven dat de wetenschap overtuigd is geworden van het bestaan van de paranormale verschijnselen. Hoe spectaculair het optreden van bepaalde paragnosten ook mag zijn, hun prestaties zijn niet bewijzend. Maar het feitenmateriaal van de kwantitatieve proeven is totaal overtuigend. Geen zinnig geleerde kan nu nog twijfelen aan het bestaan van helderziendheid in tijd en ruimte telepathie of psychokinese.

Voorbeelden

We gaan eerst een voorbeeld geven van een zuivere test van extrasensoriële waarneming. We nemen het voorbeeld over uit het boek van Upton Sinclair (Mental Radio), waarvoor Einstein een voorwoord schreef. In dit boek beschrijft de auteur hoe hij met zijn vrouw proefnemingen deed door op een blad papier een eenvoudige tekening te maken. Hierna trachtte hij die mentaal over te zenden naar zijn vrouw die met het potlood in de hand klaar zat in een andere kamer. De resultaten waren verrassend goed. Soms waren zelfs de fouten spectaculair! Op een bepaald ogenblik tekende Sinclair een vulkaan. Zijn vrouw zei: “Ik zie een kever.” Daarop tekende ze echter volledig dezelfde tekening als die van Sinclairs vulkaan: de overvloedige rook van de vulkaan had zij geïnterpreteerd als het zwarte lichaam van de kever. De twee flanken van de berg als de twee antennes. Deze fout toont ons praktisch zeker aan dat wij hier te doen hebben met helderzien en niet met telepathie. Maar de parapsychologische verschijnselen zitten vaak verdoken in allerlei andere, soms zeer gewichtige problematieken.

Sinclair, Upton Beall (Baltimore 20 sept. 1878 – Bound Brook 25 nov. 1968), Amerikaans schrijver, nam als socialist actief aan het politieke leven deel en was enkele malen – zonder succes – kandidaat voor het Congres en in 1934 voor het gouverneurschap van Californië. In zijn krachtige, sociaal-realistische romans, die vaak aandoen als politieke traktaten, viel hij misstanden in de Amerikaanse samenleving aan, zoals in The jungle (1906), waarin de afschuwelijke toestanden in de veeslachterijen in Chicago aan de kaak worden gesteld; dankzij de steun van Theodore Roosevelt leidde dit boek tot de aanneming van de Pure Food and Drug Act (1906). Het politieke element kwam sterk op de voorgrond in de elfdelige roman-fleuve die hij wijdde aan de fictieve figuur van Lanny Budd, onechte telg van een rijk geslacht met toegang tot alle groten der aarde. De reeks bestrijkt de periode 1913-1953. Evenals in zijn voorafgaande boeken is de psychologie vaak nogal schematisch en ligt de tendens er dikker op dan artistiek verantwoord is. Niettemin was Sinclair ongetwijfeld een figuur van formaat, wiens werk in bijna vijftig talen is vertaald. Hij publiceerde ook onder de pseudoniemen Clarke Fitch, Frederick Garrison en Arthur Stirling. WERK: (behalve de genoemde) o.a.: Springtime and harvest (1901; later herdr. als King Midas); The Journal of Arthur Stirling (1903); Prince Hagen (1903); Manassas (1904); A captain of industry (1906); The metropolis (1908); The money changers (1908); Love’s pilgrimage (1911); King Coal (1917); The profits of religion (1918); The brass check (1919; studie van de Am. journalistiek); Jimmie Higgins (1919); They call me carpenter (1922); The goose step (1923); The Goslings (1924); Oil (1927); Boston (1928); The wet parade (1931); American outpost (1932; autobiogr.); Upton Sinclair presents William Fox (1933); The Flivver king (1937); de Lanny Budd-reeks: World’s end (1940), Between two worlds (1941), Dragon’s teeth (1942), Wide is the gate (1943), Presidential agent (1944), Dragon harvest (1945), A world to win (1946), Presidential mission (1947), One clear call (1948), O shepherd, speak! (1949), The return of Lanny Budd (1953); What Didymus did (1954); The cup of fury (1956); It happened to Didymus (1958); My lifetime in letters (1960); Affectionately, Eve (1961); Autobiography (1962).

Als eerste voorbeeld: de uittreding. Bepaalde personen beweren dat ze het lichaam kunnen verlaten, zich in het astrale begeven en daar allerlei informatie opdoen. Wanneer ze na een dergelijke proef in het lichaam terugkeren kunnen ze die informatie meedelen. Veronderstel dat zo iemand dan zegt dat er een ongeval is gebeurd een paar straten verder. Bij verifiëren blijkt dit juist te zijn.

Dan is men enorm geneigd ook de hypothese van het uittreden aan te nemen. Het is meteen duidelijk dat het even goed om een helderziendheid in de ruimte zou kunnen gaan. Er moeten dus andere methoden gezocht worden om het uittreden te bewijzen. (De realiteit van dit uittreden zullen we voldoende kunnen bevestigen bij de mystieker).

Hetzelfde geldt voor de talrijke gevallen van reïncarnatie. Vele mensen gaan spontaan beweren dat ze herinneringen hebben uit vorige levens. De grootste specialist ter zake de Amerikaanse psychiater Ian Stevenson. Hij heeft meer dan tweeduizend dergelijke gevallen verzameld. Bij anderen wordt een herinnering aan een vorig leven in een regressietherapie opgewekt. Hierbij laat men de persoon in kwestie onder invloed van hypnose of diepe relaxatie geleidelijk terugkeren in de tijd: tot zijn eerste levensjaar, dan de intra uterine periode, dan volgt een leegte… tenslotte mondt men uit bij een nieuwe bron van informatie behorend tot een vorig leven! Wij gaan zeker niet beweren dat reïncarnatie niet bestaat. Nochtans is het goed mogelijk dat veel van de zogenaamde reïncarnatiegevallen berusten op helderziendheid en telepathie. Ian Stevenson weerhoudt vier op vijf gevallen waarbij hij niet absoluut zeker is van de reïncarnatiehypothese. In het merendeel van de gevallen, vooral wanneer het kinderen betreft, blijkt het te gaan om bezetenheid door geesten van mensen die op een plotse en onvoorbereide wijze om het leven zijn gekomen. (Biondi)

Een belangrijk hoofdstuk van de parapsychologie is dat van het spiritisme, dus de rechtstreekse of telepathische communicatie met geesten. Er bestaat een enorme hoeveelheid documentatie over spontane manifestaties van geesten, anderzijds heeft men ook veel studie gemaakt omtrent het oproepen van geesten. In het laatste geval maakt men bijvoorbeeld gebruik van een medium dat in trance geraakt en als het ware bezeten wordt door een geest. Deze maakt zich bijvoorbeeld kenbaar als de grootvader van één der aanwezigen en geeft verder alle mogelijke details omtrent zijn vorig leven. Velen aanzien dat klakkeloos als een identiteitsbewijs en een bewijs van het bestaan van geesten. Het is nochtans duidelijk dat de informatie door telepathie kan opgedaan worden uit de geest van de aanwezigen. Maar ook evengoed uit de geest van afwezigen, de telepathie werkt zelfs in de toekomst, in het verleden: alles wat vroeger over de grootvader geweten was kan langs telepathische weg opgevangen worden! Wij gaan opnieuw niet beweren dat er geen communicatie met geesten bestaat. Deze bestaat ongetwijfeld. Maar men kan niet voorzichtig genoeg zijn in de interpretatie en veel parapsychologen weigeren te aanvaarden dat reeds het bewijs voor het spiritisme is geleverd. We denken bijvoorbeeld aan het geval van Gerard Croiset die een huis binnenging en daar een oud vrouwtje zag rondlopen, gebrekkig en steunend op een stok. Tezelfdertijd zag hij de kamer anders bemeubeld. De veronderstelling rees dat hij het spook gezien had van de vroegere bewoonster van het huis. Bij navraag werd door de geburen bevestigd dat daar inderdaad een oud vrouwtje gewoond had. Maar nog later bleek dat het vrouwtje nog in leven was en in een bejaardentehuis werd verpleegd! Het ging dus enkel om een helderziende waarneming in het verleden.

Aan de andere kant leverden de kruiscorrespondenties, waarbij gedurende 30 jaar zeer moeilijke teksten werden doorgegeven afkomstig van de overleden Myers, aan 6 mediums verspreid over de hele wereld dan wel een zeer sterk argument voor spiritisme en leven na de dood in de weegschaal. Deze informatie, die voor ieder medium afzonderlijk onvolledig en onsamenhangend was, terwijl ze van elkaar niets wisten, is moeilijk anders te verklaren dan dat deze teksten inderdaad van Myers zelf kwamen die bijna als enige iets kende van de oude filosofische en literaire werken waaruit hij citeerde. Alles bij elkaar, leverden de mediums, die deze boodschappen doorkregen meer dan 3.000 teksten, soms van meer dan 40 blz. lang per stuk, gedurende 30 jaar. Zij werden ook gevraagd al deze teksten naar de SPR te sturen waar het geheel een samenhangende tekst werd die ging over het leven na de dood. Dit materiaal is nog niet anders verklaarbaar, dan dat ze van Myers zelf afkomstig zijn, dat ze spiritistisch zijn van over het graf en bewust een poging doen om te bewijzen dat er een leven na de dood bestaat. De fysicus Myers had gedurende zijn hele leven geprobeerd te bewijzen dat een leven na de dood bestond. Hij was niet in staat tijdens zijn leven aan te tonen dat de doorgekregen informatie niet uit een collectief helderziend weten kwamen. Wat hij niet kon tijdens zijn leven heeft hij dan maar gedaan na zijn dood. Hoewel dit niet als effectief bewijs bezien wordt, is het wel het sterkste argument dat er bestaat voor “leven na de dood”.

Psychologische achtergronden

Wanneer we het psychologisch achtergrondmechanisme van de buitenzintuiglijke waarneming willen nagaan moeten we beginnen met de studie van het gewone, zintuiglijke waarnemen. Nemen we een voorbeeld van het zien. Van een bepaald voorwerp gaat een straling uit met informatie. Deze straling valt in ons oog en brengt ter hoogte van het netvlies bepaalde elektrochemische veranderingen teweeg die langs de zenuw verder worden geleid tot aan de hersenschors. Pas ter hoogte van de hersenschors worden de prikkels bewust. Zij worden dan nog verder doorgegeven aan andere hersenschorszones waar de fijne interpretatie gebeurt. We hebben dus een eerste fase die onbewust verloopt, en een tweede fase die bewust is.

De extrasensoriële prikkels worden weliswaar niet in een specifiek orgaan opgevangen; maar ze bereiken toch de hersenen. De werking die ze tijdens deze onbewuste fase uitoefenen zullen we bespreken in het laatste hoofdstuk van de voordracht. Wanneer we de prikkels bestuderen die bewust worden dan merken we dat de bewustwording gebeurt onder vorm van visuele beelden, auditieve beelden, gevoelsbeelden, enz. – m.a.w. de extrasensorische prikkels benutten één van de klaarliggende bewuste kanalen! Ze kruipen als het ware in de reeds gebaande kanalen van de hersenschors zodat uiteindelijk een indruk wordt bekomen die overeenkomt met het beeld van een gewoon zintuig. Dit beeld ontstaat onder invloed van extrasensoriële prikkels. Het komt overeen met een werkelijk bestaand beeld in de buitenwereld, (vb. Swedenborg ziet van op honderden km afstand de brand van Stockholm) ofwel met een zuiver mentaal beeld, (vb. meestal bij het verschijnen van een dode.) In het laatste geval spreekt men over een veridieke hallucinatie, dit is een hallucinatie net een buitengewoon werkelijkheidskarakter. Deze veridieke hallucinaties kan men mits enige ervaring duidelijk onderscheiden van de andere mentale beelden: de fantasiebeelden of de droombeelden. (Veel extrasensoriële waarnemingen gebeuren immers in de droom).

Het is hierbij heel belangrijk op te merken dat de prikkels dus van het onbewuste naar het bewuste overgaan. Op dat ogenblik kan een belangrijke vervorming van de beelden ontstaan. We bedoelen op de eerste plaats: subjectieve omvormingen afhankelijk van de totale psychische gesteldheid op dat ogenblik. Bovendien is het bewust worden van de extrasensoriële prikkels vanzelfsprekend ook onderworpen aan de wetten die we kennen uit de dieptepsychologie: deze gelden niet alleen voor bijvoorbeeld de dromen, maar voor alle materiaal dat van onbewust tot bewustzijn komt.

We gaan trachten deze theorie duidelijker te maken door voorbeelden.

We vermoeden dat er onder een bepaald terrein een waterader loopt. We gaan met een paragnost, die al dan niet gehypnotiseerd is, over het terrein en verwachten van hem aanwijzingen. Van de ondergrondse waterloop uit worden bepaalde extrasensoriële prikkels doorgestuurd die de hersenen van de gevoelige paragnost bereiken. Wanneer het nu om iemand gaat die visueel is ingesteld dan zal hij zeggen: hier is de grond voor mij als het ware geopend en ik zie het water glinsteren in de diepte. Wanneer het gaat om een helderhorende die vooral op het gehoor is afgestemd dan is het mogelijk dat deze persoon bij het aankomen van de extrasensoriële prikkels het water hoort stromen, ofwel dat hij een stem hoort die hem in het oor fluistert: “hier is water” en gevoelstype zal op een bepaald ogenblik het gevoel krijgen dat hij door water waadt… Maar het is ook mogelijk dat het bericht bewust wordt onder een symbolische vorm, vervormd door de dieptepsychologische wetten.

Stel bijvoorbeeld dat de paragnost de dag voordien een aangename boottocht heeft meegemaakt, waarbij het aangenaamste moment was toen zijn zoontje een rode bal in het water gooide. Dan in het mogelijk dat de extrasensoriële prikkels hem de veridieke hallucinatie van een rode bal voor ogen toveren. Deze rode bal is dan het symbool voor het water. U begrijpt dat een buitenstaander dit symbool vrijwel niet kan interpreteren en dat het soms voor de paragnost zelf moeilijk kan zijn om de betekenis van het symbool te vatten. We willen ook een voorbeeld geven van de subjectieve omvormingen van de informatie. Dergelijke omvorming vindt zeer vaak in de gewone waarneming plaats. Wanneer ik angstig, laat in de avond door het park wandel is het mogelijk dat ik in het half donker een boomstronk voor een gevaarlijk man aanzie. Bepaalde extrasensoriële waarnemingen van vliegende schotels of UFO’s beantwoorden aan dit patroon. Afgezien van de vraag of UFO’s en buitenaardse beschavingen werkelijk bestaan is volgende interpretatiewijze in sommige gevallen de juiste. Veronderstel dat extrasensoriële prikkels die worden uitgezonden van een gans andere beschaving dan de onze in de ruimte aanwezig zijn. Wanneer een dergelijke beschaving veel verder gevorderd is dan de onze dan is het zeer aannemelijk dat ze de Psi-krachten weet te beheersen zodat ze ons door Psi kan bereiken, eventueel als het ware aan de monitor houden! Deze prikkels zijn voor ons afkomstig van een totaal onbekende beschaving, dus totaal vreemd, en bovendien geven ze ons de indruk te behoren tot een beschaving die veel verder gevorderd is dan de onze. Onder die omstandigheden is het mogelijk dat deze extrasensoriële prikkels ons een veridieke hallucinatie van een ruimteschip voorspiegelen. De eerste goed gedocumenteerde verschijning van een UFO dateert uit het midden van de 19de eeuw, toen door een grote massa een UFO boven San Francisco werd waargenomen. Welnu deze UFO had de vorm van een modern zeilschip! Die grote schepen, die tegelijkertijd werden aangedreven door een motor en een krachtig zeilwerk waren op dat ogenblik zowat de snelste en meest modernste vervoermiddelen. Een beschreven extrasensoriële prikkel werd dan ook omgezet in een dergelijk schip, geprojecteerd aan de hemel.

De buitenzintuiglijke waarnemingen doen zich vaak voor op een manier die sterk beïnvloed is door de eigen psychologie, dus door hetgeen de paragnost interesseert, door de psychotraumata die hij vroeger heeft doorgemaakt, door zijn herinneringen. Een mooi voorbeeld hiervan is het volgend verhaal. Gerard Croiset kwam in contact met een bepaald man en deed spontaan de volgende indrukken op: “Ik zie u lopen in een vreemde stad. Op een bepaald ogenblik bukt ge u onverwacht en de persoon die achter u komt valt over u heen!”. De man in kwestie bevestigde dit verhaal: enkele dagen geleden was hij in Londen, en daar gebeurde een dergelijk voorval. Nu is het wel bijzonder merkwaardig dat juist dit door Gerard Croiset werd gezien. Het is al bij al toch een weinig belangrijk voorval en er zijn ongetwijfeld interessanter dingen te zien in het leven van deze man.

De verklaring ligt bij het feit dat Gerard Croiset zelf een psychotrauma opliep in zijn jeugd dat gelijkenis heeft met het voorval. Hij werd geboren te Middelburg op het eiland Walcheren. Een man uit de buurt overleed en volgens oude gewoonte werd hij opgebaard in de voorste plaats van het huis. Kennissen en buren kwamen hem een laatste maal groeten. Ook Gerard Croiset, op dat ogenblik nog een jongentje, ging naar dat huis vergezeld van een vriendje. Toen ze de kamer waar de lijkkist stond binnenkwamen knielde het vriendje onverwacht neer om het kruisteken te maken. En Gerard Croiset, die deze beweging niet voorzien had, viel over hem heen met het hoofd tegen de lijkkist. U ziet dus hoe de belevenissen van de paragnost een bepalende rol spelen in wat hij juist waarneemt.

Een ander voorbeeld van een dieptepsychologische vervorming is het volgende: op een bepaalde dag kreeg een dame de verschijning te zien van een jonge man uit haar omgeving. Het beeld deed zich voor bij klaarlichte dag en had een volstrekt werkelijkheidskarakter. Niettemin was het vreemd dat deze jonge man de oude vest van haar echtgenoot droeg. Een paar uur later vernam de vrouw dat deze persoon pas overleden was zodat ze inzag de verschijning van een overledene te hebben gezien. Maar waarom die oude vest? Pas later viel haar de merkwaardige vaststelling in dat die vest zo lang dienst had gedaan en zolang onverslijtbaar was gebleken dat ze wel eens lachend had gezegd: “Die vest is het eeuwig leven!” Het is niet moeilijk om in het dragen van die vest een verschijnsel te ontdekken dat we ook vaak in dromen waarnemen.

Een zeer merkwaardig voorbeeld van het feit dat in de extra-sensoriële waarnemingen de droommechanismen een rol spelen is dit geval van “verdichting”. U weet dat de droom allerlei verschuivingen van situaties en allerlei verrichtingen kunnen optreden: bijvoorbeeld meerdere personen worden in de droom voorgesteld door één enkele persoon of omgekeerd. Bij bepaalde proefnemingen over telepathie werd getracht indrukken over te zenden van een schilderij. Op het schilderij stonden o.a. twee kloosterzusters. De ontvangster moest haar indrukken weergeven en met een spontane beweging tekende ze een eigenaardige figuur, die op het eerste zicht geen enkel verband met het schilderij had.
Wanneer men haar vroeg wat ze juist getekend had, zei ze eerst dat het een schuimspaan was maar ze gaf al vlug toe dat de tekening toch eigenaardig was en dat het uiteinde ervan haar ook aan een sleutel deed denken. Pas wanneer men verder ging navragen naar wat een schuimspaan voor haar betekende kwam plots de verklaring. De ontvangster was opgevoed in een Rooms-katholiek klooster waar een vrij strenge tucht heerste. ’s Avonds moesten ze om halftien op de slaapkamer zijn, om halfelf gingen de lichten uit. Er werd gesurveilleerd door een non die steeds gewapend was met een schuimspaan om alle overtredingen af te straffen. Zelf was de ontvangster met de schuimspaan in aanraking gekomen toen ze eens na de toegelaten tijd in een verboden boek zat te lezen. De volgende dag werd ze trouwens terug op het matje geroepen en opgesloten met een sleutel. Het verband tussen de kloosterzusters en de tekening was dus wel degelijk aanwezig.

Deze voorbeelden hebben wij gegeven om aan te tonen dat de extrasensoriële waarnemingen geenszins onafhankelijk staan van het gewone geestelijk functioneren. Ze zijn onderworpen aan de wetten van ons psychisch apparaat.

Helder waarnemen in de tijd

We hebben reeds voorbeelden van helder waarnemen in de toekomst en in het verleden gezien bij Gerard Croiset: de stoelenproef en het zien van “het spookvrouwtje”. Maar ook bij gewone mensen doen dergelijke waarnemingen zich ongelooflijk veelvuldig voor. Tenhaef heeft een volledig boek samengesteld met oorlogsvoorspellingen betreffende W.O. II. Vóór hem heeft Osty dat gedaan voor W.O I. Een algemene indruk die men opdoet uit deze massa gegevens is, – naast de zekerheid dat deze verschijnselen werkelijk bestaan -, het feit dat men als het ware door een periscoop in de tijd kijkt. De desbetreffende waarnemingen doen zich werkelijk voor alsof men erbij is: men ziet zichzelf loopgrachten graven, bevelen geven aan soldaten… Men ziet dus reële feiten niet dat het oorlog zal zijn, hoe de oorlog zal verlopen enz…

In dit hoofdstuk raken we een diep menselijk probleem: wanneer met juistheid kan gezien worden wat later zal gebeuren, beschikken wij dan nog over een vrije wil? Kunnen we zelf ons leven in handen nemen of zijn we slechts marionetten zonder verantwoordelijkheid? Veronderstel dat een helderziende mij voorspelt: “ik zie u morgen rijden in uw auto, ge komt aan een grote gele vrachtwagen die te voorbijsteekt, maar onmiddellijk daarop is er een kruispunt. Van links komt aan hoge snelheid een blauwe wagen aangereden die niet meer kan stoppen, zodat het tot een botsing komt.” Kan ik dan nog deze botsing vermijden?” Wanneer ik dan de volgende dag inderdaad de gele vrachtwagen voorbijsteek, kan ik dan speciaal letten op de linkerzijde en wanneer er gevaar dreigt dadelijk remmen zodat de botsing vermeden wordt?

Het spreekt van zelf dat er heel veel studie besteed is aan het oplossen van deze vraag. Gertrude Schmeidler van de New York University heeft een groot feitenmateriaal hieromtrent verzameld en zij kwam tot de conclusie dat beide oplossingen mogelijk zijn. De ene maal blijft het voorspelde absoluut onafwendbaar, wat men ook doet, in andere gevallen kan men wel nog tussenkomen en de ramp vermijden.

Een beroemd geval in Amerika is het volgende. Een man krijgt ’s nachts een indrukwekkende droom waarin hij zichzelf te pletter ziet storten in een lift. De volgende dag komt hij inderdaad in een hoog gebouw waar hij de lift wil nemen. Maar hij herkent de liftboy die hij gezien heeft in zijn droom! Hij trekt zich terug, de lift stort naar beneden maar hij is gered.

Maar andere voorbeelden schijnen erop te wijzen dat het voorspelde onafwendbaar was. Een marineschip zou binnenvaren in de haven, waarbij volgens het protocol een eresalvo moet worden afgevuurd. Kort voordien had de kapitein een indrukwekkende droom waarin hij zag dat hij door het eresalvo werd getroffen en gedood. Hij was zo onder de indruk van deze droom dat hij er absoluut geloof aan hechte. Hij kon echter de ceremonie niet afgelasten maar hij mocht zich wel laten vervangen. Hij ging dan ook bij één van zijn officieren, legde hem de toestand uit en kwam overeen dat hijzelf de laatste richtlijnen zou geven waarna hij zich zou terugtrekken op het achterdek, en zich verdekt opstellen. Wanneer het ogenblik voor de ceremonie is aangebroken zien we de kapitein op het voordek in gesprek met zijn officier. Hij geeft de laatste richtlijnen, en gaat terug om zich verdekt op te stellen om een teken te geven. Op dat ogenblik komt er echter een vlieg aangevlogen die zich neerzet op zijn neus. De kapitein maakt een beweging met de hand om de vlieg weg te jagen. Deze beweging wordt door de officier echter geïnterpreteerd als het afgesproken teken om de schoten te lossen. Er wordt geschoten en de kapitein verliest het leven. We zien hier dat het, juist door zijn poging om het voorval te vermijden is dat de kapitein geraakt wordt. Anders zou hij immers op een veilige plaats gestaan hebben!

Prof. Milan Ryzl werkte te Praag met heel bekwame proefpersonen die hij gewoonlijk onder hypnose bracht. Eén van deze mediums deelde hem mede dat hij de volgende dag een vriend zou ontmoeten die hij reeds jarenlang niet meer gezien had. De prof insisteerde voor meer details en er werd hem meegedeeld dat zij op straat een gesprek zouden hebben. De prof nam toen het vaste besluit de ganse dag thuis te blijven en onder geen enkele voorwaarde de straat op te gaan! De volgende middag kwam de bewuste vriend bij hem aanbellen zodat ze bij hem thuis een gesprek hadden. Blijkbaar was de voorspelling dus foutief geweest, maar bij nader ontleden blijkt dat het essentiële de voorspelling is uitgekomen de prof heeft een vriend ontmoet die hij reeds jarenlang niet meer gezien heeft. Dat is toch het merkwaardige. Dat dit niet op straat gebeurde is een detail, en juist door dat detail is het voorval ook kunnen gebeuren: anders zou de prof op zijn werk geweest zijn, en zou de vriend voor niets bij hem zijn komen aanbellen.

Prof. Milan Ryzl had in die periode de gewoonte aan bepaalde mediums te vragen om stelselmatig na te gaan of er zich in de nabije toekomst bij hun vrienden onaangename gebeurtenissen zouden voordoen. Bepaalde van deze zittingen verliepen echt indrukwekkend Zo zag één van de mediums het volgende gebeuren. Zij keek in het leven van haar vriend die zich enkele kilometer buiten Praag bevond. Ze zag haarzelf de volgende dag om 5 u ’s avonds in een café zitten, terwijl ze wachtte op haar vriend. Op een bepaald ogenblik kwam er echter een vreemde man binnen die de paragnoste nauwkeurig wist te beschrijven. Deze man zei tot de vriendin: “Uw verloofde kan niet komen omdat hij overuren moet doen op het werk, maar ik ben een collega van hem en hij heeft mij gevraagd u hier te komen halen”. De vriendin ging met hem mee, waarbij zij achteraan op zijn motor plaats nam. Even buiten de stad moesten ze echter een bos door, daar werd ze door de man overvallen en verkracht. Dit was dus een voorval dat ten koste van alles moest worden voorkomen. Het was echter niet gemakkelijk om de juiste manier te vinden waarop de vriendin moest worden verwittigd. Men kon immers moeilijk zeggen: “Eigenlijk ben ik helderziende, ik ken een prof die mij onder hypnose brengt en het leven van mijn vrienden laat nagaan zodat ik zie wat hen gaat gebeuren… “. Deze proefnemingen waren trouwens geheim. Tenslotte werd overeengekomen dat zij haar vriendin de volgende morgen zo vroeg mogelijk zou opbellen met volgende mededeling: “Ik heb deze nacht een zeer onaangename droom gehad waarin dit en dat is gebeurd, a.u.b. als er ook maar iets in die richting gebeurt, ga dan niet mee want je loopt gevaar! Inderdaad belde de helderziende de volgende morgen naar haar vriendin op waarbij ze haar zo goed mogelijk waarschuwde. Toen ze uitgesproken was antwoordde de vriendin haar echter: “Ja, dat is nu eens juist alles wat er mij gisterenavond is overkomen.” We zien hier dus opnieuw dat de extrasensoriële waarneming uitzonderlijk nauwkeurig was geweest, de paragnoste gaf bijvoorbeeld zelfs aan dat de motor in feite geen duozitting had zodat de vriendin op de bumper moest plaatsnemen! Maar toch zat er een klein foutje in, nl. alles gebeurde 24 u later. En juist door dat foutje waren alle pogingen om het te verijdelen mislukt.

Om dit probleem definitief te kunnen oplossen bedacht prof. Ryzl tenslotte volgende labotest. Stel u een kamer voor met twee deuren. In de kamer heeft een jury plaats genomen. Bovendien bemerkt men Prof. Milan Ryzl die op een teken door een van de twee deuren gaat, hierbij rekening houdend met het toeval. De prof gooit immers een muntstuk op, wanneer het kop is gaat hij door de ene deur, wanneer het munt is door de andere. Daarnaast heeft men ook de paragnoste onder hypnose, die op voorhand voorspelt door welke deur de prof zal gaan, dit neerschrijft en in een omslag verzegelt, zodat haar voorspelling volstrekt geheim blijft. Na de proef worden de resultaten door de jury uitgewerkt. Het medium was zo begaafd dat ze vrijwel altijd de juiste deur voorspelde. Prof. Milan Ryzl wilde hoe dan ook te weten komen of hij nog de vrijheid had om door de eerste deur te gaan wanneer het medium voorspelde dat hij door de tweede zou gaan! Maar daarvoor moest hij te weten komen welke voorspelling het medium in de omslag verzegeld had. Het medium, zelfs onder hypnose, blijft kritisch, en zij zou haar medewerking niet verleend hebben aan een getrukeerde proef. Niettemin maakte de prof enigszins misbruik van haar hypnose toestand door haar te suggereren dat alles in orde was wanneer zij gewoon aan de jury meedeelde door welke deur hij zou gaan, zonder dat hij het kon horen – dat zou tijd sparen en hij ging, hoe dan ook, door de deur die zijn muntstuk aanwees. In werkelijkheid had de prof de bedoeling door de andere deur te gaan dan die welke het medium aangewezen had…

Het betrof een ontzettend bekwaam medium. Ze was bijvoorbeeld bekwaam om onder hypnose in te gaan op volgende suggestie: “Ge staat op. Ge gaat de trap naar beneden, éénmaal op straat aangekomen slaat ge links af, ge vervolgt uw weg tot aan het derde huizenblok, daar gaat ge links, het tweede gebouw gaat ge binnen, ge gaat via de trap naar de derde verdieping, daar neemt ge de gang op uw rechterzijde, ge gaat de tweede deur binnen: beschrijf nu de kamer waar ge zijn aangekomen.” Dat waren dus proeven van uittreding. Het medium bleef lichamelijk op de stoel zitten. Zij slaagde in deze opdrachten! Op bepaalde ogenblikken corrigeerde zij zelfs de proefleider. Er werd haar gezegd: “bij het derde huizenblok, een boek winkel slaat ge rechts af.” Toen ze daar was aangekomen vroeg ze: “moet ik afslaan aan het derde blok, of aan de boekenwinkel?” “Dat is toch hetzelfde!” “Nee, de boekenwinkel is in de vierde blok.” En bij verifiëren bleek het medium juist te zijn. Ondanks al de bekwaamheid van het medium bleek er toch iets mis te gaan toen de prof besloten had automatisch door de andere deur te gaan. Toen ze haar voorspelling moest geven zei ze: “dat is vreemd, ik ben vermoeid, ik zou wat willen rusten.” Tot dan toe ging alles zo goed, men deed alsof men niet begreep wat er gaande was. “Ja, zegt het medium, tot nu toe waren er geen problemen, ik zag u opstaan en door één van de deuren gaan, ik duwde u in de toekomst. Maar nu, ik zie je nog steeds duidelijk opstaan, je gaat naar een van de deuren, maar dan is alles wazig, ik kan niet zien door welke deur je gaat!” .

We zien dus dat hetgeen door het medium op een klare en zuivere wijze wordt gezien onontkoombaar vast staat, maar waar de mens zijn vrije wil kan gebruiken kan het medium niets voorspellen: alles wordt wazig. In het voorbeeld van de gele wagen zou een echt goed medium het volgende hebben gezegd: “ik zie u morgen rijden in uw wagen, je steekt een gele vrachtwagen voorbij ge komt aan een kruispunt, ik zie van links een blauwe wagen in hoge snelheid aankomen, tot nu toe zie ik alles duidelijk, dat zal alles zeker gebeuren. En dan zie ik u ook botsen, maar dat laatste zie ik eerder wazig, daar ben ik niet zeker dat het echt gebeurt.” Het is immers goed mogelijk dat in die laatste fase enkel een gevoel van gevaar door het medium wordt aangevoeld, wat zij symbolisch als een botsing gaat zien. Het ligt immers voor de hand wanneer twee wagens elkaar aan dergelijke snelheid naderen dat er een fantasiegedachte opduikt die hen laat botsen. Men heeft dan echter niet meer met een veridieke hallucinatie maar wel met een fantasiebeeld te doen dat een enigszins ander karakter heeft. Geoefende mediums kunnen een onderscheid tussen deze beide beelden maken.

Psychokinese (telekinese en materialisatie)

Psychokinetische verschijnselen. Deze doen zich voor in welbepaalde contexten zoals de spookverschijnselen, mirakelen, verschijningen, bezetenheid, occultisme en magie.

Ter illustratie willen we wel enkele voorbeelden aanhalen. Het Russische medium Nina Kulagina is in staat tussen haar handen een metalen bolletje omhoog te houden; een schoolvoorbeeld van telekinese, bewegen zonder rechtstreeks aanraken. We vestigen er de aandacht op dat er geen enkele fysische energie van haar handen uitgaat: het gaat om de factor Psi die niet met fysische middelen is aan te tonen, een psychische energie. Andere parergasten zoals Uri Geller kunnen tegelijkertijd meerdere uurwerken ontregelen, of integendeel een gans stel kapotte uurwerken in een ogenblik herstellen. (Uri Geller is wel op bedrog betrapt, maar dat werd later terug rechtgezet. Sceptici suggereerden bedrog omdat men met een goocheltruc; het lepelbuigen kon nadoen. Nadien heeft hij zich echter laten onderzoeken in meerdere onderzoekscentra en heeft hij via een rechtszaak tegenover de sceptici gelijk gekregen)

In bespookte hutten van primitieve negers kan men plots een stenenregen zien ontstaan waarbij de stenen uit het niets naar beneden vallen: een voorbeeld van materialisatie. Er kunnen vingerafdrukken worden geplaatst op een wassen plaat die is opgesloten in een brandkast! Men vraagt zich af welke rol het astrale lichaam hierbij speelt. Wij willen ons vooral concentreren op de fijne psychokinetische verschijnselen die vaak relatief onopvallend zijn, wat niet betekent dat ze niet uiterst belangrijk zouden zijn.

Vooreerst willen we een voorbeeld geven van mentale fotografie. Ted Serios is een aan lagerwal geraakt man. Het was een zware alcoholieker. De Amerikaanse psychiater Eisenbud kwam tot de ontdekking dat hij in staat was mentale beelden op een fotografische plaat af te drukken (mits hij genoeg gedronken had). Hij hield hierbij het hoofd vóór een gesloten camera, concentreerde zich erg en stootte als het ware een mentaal beeld uit dat de fotografische plaat beïnvloedde zodat een afdruk zichtbaar werd. Ted Serios heeft zelfs dergelijke proefnemingen gedaan voor de Duitse televisie waarbij men een vluchtig beeld zag verschijnen in de televisiecamera. Blijkbaar was Ted Serios in staat via zijn mentaal beeld de moleculen van de fotografische plaat zo te gaan herschikken als een overeenkomstige lichtinval zou hebben gedaan. De psychokinese herschikte de moleculen op de donkere plaat zodat bij afdruk een beeld zichtbaar werd!

Deze fijne psychokinese is nu reeds talloze malen aangetoond geworden. Zij doet zich vooral voor bij “spiritual healing”; genezing door handoplegging of zegening of gewoon zuiver mentaal. Dergelijke mensen zijn bijvoorbeeld in staat het radioactief verval van een isotoop te beïnvloeden! Bepaalde genezers kunnen bacterieculturen beïnvloeden door hen ofwel vernietigend ofwel stimulerend te benaderen: men laat de culturen dan nog een tijdje groeien waarna ze met verfijnde technieken worden gewogen. Het resultaat wijst erop dat de negatief beïnvloedde culturen veel minder ontwikkelden dan de positief beïnvloedde. Ofwel brengt men kleine huidwonden aan in de hals van muizen of ratten. Enkele diertjes worden door de handen van de genezer behandeld, andere niet. Men kan dan proefondervindelijk vaststellen dat de genezer wel degelijk het herstelproces weet te versnellen. In Amerika was er zelfs een katholieke non die de activiteit van Kristallijn trypsine, een spijsverteringsenzym, naging. De trypsine werd eerst voor de helft inactief gestraald door röntgenstralen. Toen kwam er een gebedsgenezer die een zegening uitvoerde; nadien bleek de trypsine onder labovoorwaarden terug normaal actief te zijn.

In dit hoofdstuk zouden we het verder willen hebben over een heel belangrijke zaak; nl. het subtiele samenspel tussen psychokinese, psychosomatiek en suggestie. We hebben reeds gezien hoe bepaalde genezers door psychokinese de moleculen van de zieke celstructuren weten te beïnvloeden zodat een snel herstel optreedt. Anderzijds willen we ook wijzen op de enorme invloed van de psychosomatiek op het lichaam: de invloed van onze psychische gesteldheid op het functioneren van onze organen. Talrijke ziekten zijn gekend van psychosomatische oorsprong: bv. de maagzweer die ontstaat door stress en spanning (tegenwoordig heeft men ook een bacterie gevonden die verantwoordelijk is voor de maagzweer, men mag echter ook niet vergeten dat zelfs een psychosomatische aandoening aanwijsbare verklaringen heeft, meestal in de vorm van een verminderde weerstand), de hoge bloeddruk die optreedt na jarenlange gejaagdheid en rusteloosheid. Maar wij willen het meer hebben over de kracht die het psychische heeft over de fysische gesteldheid van het lichaam. Carl Simonton is een jong Amerikaanse arts, gespecialiseerd in de radiotherapie, de bestraling van kankerpatiënten. Het viel hem bij een aantal van zijn vrouwelijke patiënten met baarmoederhalskanker op dat ze allen enkele maanden voordien een belangrijk psychisch trauma hadden opgelopen. Ze waren bijvoorbeeld verlaten geworden door hun echtgenoot, ofwel waren ouder wordende kinderen het huis uitgegaan: ze hadden allen sterk het gevoel dat ze er niet meer nodig waren, dat ze niet bemind waren.

Uitgaande van deze vaststelling, en wegens het feit dat hij al lang geïnteresseerd was in meditatie, besloot Simonton zijn patiënten aan te zetten hun kankergezwel met psychische middelen te bestrijden. Hij deelde hen mee waar ze aan toe waren en legde hen uit wat kanker precies is. Hij zegde dat het een woekering van cellen was waartegen het lichaam bepaalde afweermechanismen heeft, o.a. de witte bloedcellen die als soldaten tegen deze cellen ten strijde trekken. Hij stelde de patiënten dan een meditatie voor die enkele malen per dag moest worden uitgevoerd, waarbij ze zich intensief voorstelden dat ze de strijd aanbonden tegen de kanker en hun natuurlijke verdedigingsmiddelen intensifiëren. De resultaten waren als volgt: een eerste groep die hier in de meditatie geloofde en die slechts onvoldoende uitvoerde had geen duidelijk resultaat; een tweede groep had reeds een manifeste verbetering; maar de derde groep, bestaande uit 8 à 9 personen, verbeterde spectaculair. Het waren deze mensen die vast in de meditatie geloofden, ze regelmatig uitvoerden en bovendien creatief waren in het uitvinden van nieuwe meditatietechnieken. We zien dus dat zelfs een praktisch ongeneeslijke kanker in 9 gevallen op 10 tot genezing komt of spectaculair verbetert door de psychosomatiek efficiënt aan te wenden!

Een ander sprekend voorbeeld is het volgende. Een man was aangetast door een terminale ongeneeslijke keelkanker. Hij moest gevoed worden met een sonde en was er erg aan toe. Niettemin had hij een vast vertrouwen in zijn arts en toen hij vernam dat deze opzoekingswerk deed naar een middel tegen kanker, verzocht hij hem het middel zonder uitstel toe te dienen. De arts merkte op dat het middel nog niet volledig klaar was en nog in een proefstadium, maar de patiënt smeekte hem het toe te dienen. Hij kreeg het middel en verbeterde spectaculair. Niet alleen kon hij zijn vroeger zakenleven hervatten, hij kon zelfs de vluchten met zijn privé-vliegtuig hernemen. Enkele maanden later vernam hij echter onrechtstreeks dat er nog heel wat twijfel bestond omtrent het product dat hem was toegediend geworden. Hij verloor zijn vertrouwen en enkele dagen later moest hij in dezelfde erbarmelijke omstandigheden worden opgenomen. Deze man was kort daarop in een dergelijk eindstadium aanbeland dat de arts ten einde raad was. Toen besloot hij een leugen te verzinnen en hij zei: ‘het product dat we u de vorige maal gegeven hebben was inderdaad nog niet efficiënt genoeg om een blijvende genezing te verzekeren, maar thans hebben we nieuwe vorderingen gemaakt en hebben we het product kunnen uitzuiveren’. We verwachten er wonderen van. De man genas opnieuw even spectaculair. Toen hij een zestal maand later echter uit officiële bron vernam dat het toegediende product waardeloos was en uit de handel was genomen stortte hij opnieuw in elkaar. Hij overleed enkele dagen later. Dit voorbeeld is weliswaar uitzonderlijk maar het brengt toch een indrukwekkende illustratie van de macht van de geest over het lichaam.

Ook de suggestie heeft ongelooflijke kracht. Volgend luguber voorbeeld heeft zich in Frankrijk afgespeeld, nu reeds vele jaren geleden. Een man was wegens een misdaad ter dood veroordeeld. Toen besloot een geneesheer tot volgend experiment. Hij ging de veroordeelde en zei tot hem: “ge weet dat ge ter dood veroordeeld zijt, daaraan kan ik niets veranderen. Maar als je met mij meewerkt zal de wijze waarop je dood wordt uitgevoerd voor u veel aantrekkelijker zijn. Wij hebben opgemerkt dat ge bloed hebt met een uitzonderlijke bloedgroep. Dit bloed is voor ons zeer waardevol. Ik stel u het volgende voor: we nemen u op in het ziekenhuis, we brengen u naar de operatiekamer en daar ontnemen we u uw bloed via een infuus. Je zult daar nauwelijks iets voelen, je zult wat loom en slaperig worden. Alleszins een veel aangenamer manier van sterven dan gehangen te worden.” De man stemde toe. Hij werd op de operatietafel gelegd, er werden hem baxters aangelegd, de geneesheer gaf met een scalpel een klein druk ter hoogte van de hals, echter zonder in te snijden. Maar er liep wat vocht de drukplaats naar beneden, er was een darm rond de hals aangebracht waarin warm water stroomde – kortom alles was enorm suggestief voor de echtheid van de bloedafname. En de veroordeelde stierf! Het hele gebeuren was zo suggestief dat zich voordeed wat hij verwachte, tot het sterven toe!

De kracht van de suggestie reikt veel verder dan men normaler wijze vermoed. Men iemand onder hypnose brengen en hem suggereren dat hij wordt aangeraakt door een gloeiend voorwerp. Men ziet dan brandblaren verschijnen, hoewel het voorwerp in werkelijkheid niet opgewarmd is! Men kan iemand onder hypnose suggereren dat hij zoetig eet. Een daarop aansluitende bloedcontrole toont aan dat de bloedsuikerspiegel gestegen is!

Deze verschijnselen kan men ook proefondervindelijk nagaan, o.a. met de pletmimograaf een toestel dat analogie vertoont met de leugendetector. Het toestel bevat een soort conus waarin men de vinger moet steken. Het toestel registreert dan op een zeer gevoelige wijze de variaties die zich voordoen in de bloedcapitillairen van deze vinger. En dan merken we tot onze grote verbazing dat elke gemoedsverandering, elke wens, elke gedachte, zich uitdrukt in de diameter van de capillairen! Er ontstaat geen enkele psychische rimpel of deze drukt zich uit in de toestand van de bloedvaten. En dat niet alleen voor de bewuste processen: ook het onbewuste wordt er door gedetecteerd. M.a.w. het gebeuren is zo gevoelig dat men er de extrasensoriële prikkel mee kan registreren op het ogenblik dat ze de hersenen bereiken, nog vóór ze bewust worden! Een type voorbeeld van een dergelijke proefneming is de volgende. Een moeder en haar zoontje worden in een labo ontvangen, het zoontje wordt weggebracht om in een andere kamer rekensommen te maken. Beiden worden aangeschakeld aan de pletmimograaf. De moeder weet niet wat haar zoontje doet of waar het verblijft. Het spreekt vanzelf dat ze met haar aandacht voortdurend bij hem is. Op het ogenblik dat men het kind laat beginnen met de rekensommen ziet men zijn pletmimografische curven dalen: zijn mentale toestand is geconcentreerd op de relatief eenvoudige rekensom en komt tot rust. Men ziet tegelijkertijd ook een daling in de pletmimografische van de moeder!

Een meer typisch Amerikaanse proef is de volgende. Men nodigt koppels uit naar het laboratorium en men schakelt beiden aan de pletmimograaf, elk in een afzonderlijke kamer. Dan krijgt de man dia’s te zien. Neutrale dia’s, bijvoorbeeld een reis, maar plots zit tussen deze dia’s de foto van een vroegere verloofde! Men ziet dan natuurlijk de pletmimografische curve met een ruk omhoog gaan. Maar op de echtgenote vertoont dezelfde ruk naar boven hoewel zij geen dia’s te zien krijgt. Het spreekt vanzelf dat de psychosomatiek en de suggestie niet rechtstreeks tot de parapsychologie behoren. Maar ik wil vooral de aandacht vestigen op het feit dat zij samen met de psychokinese de deur openen naar de meest wonderbare beïnvloedingen op gebied van lichaam en gezondheid. Zoals we met het helder waarnemen een poort hebben geopend naar een wereld met grenzeloze mogelijkheden qua informatie, zo hebben we hier de deur geopend naar het totale overwicht van de geest op de materie.

Onbewuste werking van Psi

De vraag die we in dit laatste hoofdstuk gaan behandelen is de volgende: werkt Psi ook buiten ons medeweten om, dus in ons onbewuste, tijdens de eerste fase van de waarneming? Dat Psi onbewust inwerkt hebben we reeds bewezen gezien door de resultaten van de pletmimograaf. Er zijn ook veel laboratoriumtests opgezet om het verschijnsel na te gaan. Rex Stanford is een jong Amerikaans psycholoog. Hij nam van studenten een schriftelijk examen af met een groot aantal vragen. Zowel de vragen als de studenten waren zo verdeeld dat er overal een gelijke moeilijkheidsgraad aanwezig was. Toen kreeg de helft van de studenten een ondoorzichtige omslag om onder het blad te leggen, zogezegd om het schrijven te vergemakkelijken. In de omslag bevond zich echter een blad met de juiste antwoorden. Na het examen bleek dat de studenten die de omslag hadden gekregen statistisch duidelijk beter antwoordden dan de andere!

Op een ander ogenblik zat in de enveloppe een blad papier waarop stond “je bent uitstekend student die een uitzonderlijk resultaat zal behalen!” Ofwel “je bent stom om aan dergelijke moeilijke examens mee te doen!”. Welnu, studenten met een positief gestimuleerd onderbewuste brachten het er beter af dan de anderen.

En wat te denken van volgend voorval?

Een Amerikaans psychiater en psycho-analyst gaf in zijn huis een party waarop enkele vrienden waren uitgenodigd. Tijdens het feestje citeerde hij een gedicht van een Amerikaans auteur: Thomas Lake Harris. Hij citeerde vlot het gedicht, maar toen hij de naam van de auteur wilde opgeven bleef zijn geheugen steken: hij zei “het gedicht is van Thomas… Thomas Lake…” maar de naam Harris kon hij zich niet herinneren, hoewel dat eerder een banale naam is in de Verenigde Staten. De man was daardoor geërgerd en als psycho-analyst zocht hij de reden waarom hij zich die net niet kon herinneren. Nochtans, een tijdje nadien, gingen twee vrienden weg en onmiddellijk schoot hem de naam terug in het geheugen “Harris… dat was het!” Vanzelfsprekend wilde hij de zaak helemaal oplossen De weggegane vrienden waren respectievelijk een man en een vrouw. Eerst belde hij de man op: “Dear Joe, zegt de naam Harris u iets?” “Natuurlijk, antwoordde Joe, vroeger had ik een verloofde die Harris noemde, maar de situatie is zo geëvolueerd dat ik haar zeker niet zou terug ontmoeten.” Toen belde hij op naar de vrouw met dezelfde vraag. Deze antwoordt hem: “Zeer zeker ken ik een Harris, we waren vroeger verloofd maar we hebben het uitgemaakt. En uitgerekend vandaag heb ik hem op straat ontmoet. Ik wilde hem ontwijken maar hij had mij gezien en hij bleef mij achtervolgen. Hij deed zelfs voorstellen de afgesprongen relatie terug aan te knopen. Dat was voor mij zeer onaangenaam!”

Deze beide personen hadden dus een negatieve ingesteldheid t.o.v. de naam Harris. Dit lag blijkbaar aan de grondslag van het feit dat de psychiater zich die naam niet in het geheugen kon brengen. Een van de meest constante en de best bekende verschijnselen in het parapsychologisch onderzoek is het Psi-missing fenomeen. Wanneer men een ganse klas studenten bijvoorbeeld honderd witte zwarte kaarten laat raden, dan heeft men normaler wijze 50 kans op een juist antwoord. Bij nauwkeurige analyse van de resultaten, bemerkt men echter constant dat bepaalde studenten 55 of 60% juiste antwoorden behalen, maar anderen slechts 45 of 40%! Het spreekt natuurlijk vanzelf dat de negatieve resultaten statistisch gezien even bewijzend zijn voor het voorkomen van Psi-fenomenen als de positieve resultaten! De studenten hebben dit niet meteen door. Wanneer hun ingesteldheid negatief is t.o.v. de parapsychologie dan gaan ze onbewust tegenwerken door verkeerd te raden. M.a.w., ze gebruiken hun Psi-mogelijkheden om te bewijzen dat Psi niet bestaat, en om de resultaten om te keren. De Psi-informatie komt dus aan in het onbewuste, en bij de overgang naar het bewuste wordt de informatie omgekeerd zodat de student, volledig ter goeder trouw het antwoord geeft dat hij meent juist te zijn, maar dat in feite zo gemanipuleerd is dat het tegemoet komt aan zijn diepe psychische ingesteldheid. Ook Prof. Ryzl heeft dit verschijnsel herhaaldelijk waargenomen, men moet er trouwens altijd rekening mee houden wanneer men groepswerk doet. Bij het raden van kaarten door een klas studenten waren de resultaten erg positief, maar een groepje meisjes op de eerste rij scoorde altijd verbazingwekkend negatief. De resultaten werden besproken en de meisjes zegden dat ze erg positief waren t.o.v. de parapsychologie en geen enkele reden zagen waarom ze negatief zouden antwoorden. Niettemin werd besloten de antwoorden van de meisjes systematisch om te keren zodanig dat ook hun resultaten positief waren en konden meewerken aan het prachtig positief resultaat van het geheel. Van dat ogenblik af gingen de meisjes echter juist raden, zodat ze weer tegenwerkten met het geheel van de groep. De conclusie is zeer belangrijk: buiten ons weten om vervormen we onze informatie zo dat we de wereld waarnemen in het perspectief dat we ons fundamenteel gesteld hebben. Bepaalde mensen geloven niet in de parapsychologie en ontmoeten hun leven lang geen enkel parapsychologisch fenomeen! Anderen geloven er wel in en hun ganse leven baadt in het paranormale.

Hierbij wil ik een indrukwekkend woord aanhalen van Père Biondi. “Het is met deze zaken zoals met water op heel lage temperatuur: wanneer een klompje ijs in valt pakt het geheel vast in één seconde! Of zoals met een scheikundige oplossing in labiel evenwicht: één kleine toevoeging en het geheel kristalliseert rond de kern. Wanneer men een mentaal beeld van geloof projecteert, kristalliseren zich rond deze kern alle redenen om te geloven. Wanneer men een mentaal beeld van twijfel projecteert, kristalliseren zich rond deze kern alle redenen om te twijfelen. Een niets, een zuchtje volstaat, een kleine epsilon meer of min om ons wezen te laten uitkristalliseren in God of in het Niets” (IL suffit d’un rien, il suffit d’un souffle, d’une petite epsilon en plus ou en moins pour que notre étre se cristallise en Dieu, ou dans le Néant. C’est sa la puissance de l’esprit sur la matiëre!)

En er is nog meer dan dat. Rex Stanford heeft een heel bijzonder parapsychologisch begrip uitgewerkt: de “Psi mediated instrumental response: PMIR”. Dat betekent door Psi bepaald antwoord van het instrument (= het lichaam). We gaan dit begrip uitleggen aan de hand van een voorbeeld:
In New-York city ontwaakt een man. Hij maakt zich klaar zoals elke morgen, scheert zich neemt een ontbijt en vertrekt naar zijn werk. Hij is echter iets verstrooid en mist de oprit naar de autostrade. Hij schrikt op en berekent hoeveel minuten het hem zal kosten om de volgende oprit te nemen en terug te rijden. Hij komt tot de constatatie dat hij zeker een paar minuten te laat zal komen op het werk. Hij neemt de volgende oprit, maar er groeit in hem een plan. Men is op zijn werk tamelijk gevoelig voor telaatkomen. Als men een paar minuten te laat komt heeft iedereen het gezien; eigenlijk zou het beter zijn moest hij een paar uur later komen en een geldig excuus geven. Het goede weer hielp mee om het bij die laatste beslissing te houden. Hij blijft dus doorrijden op de autostrade, één uur, één en een half uur en dan vindt hij het tijd om terug te keren en zijn excuus uit te vinden. Hij verlaat de autosnelweg maar het weer is zo aangenaam dat hij nog wat verder blijft rijden, temeer daar hij deze streek nog nooit bezocht heeft. Tenslotte neemt hij toch een vast besluit om terug te keren, en op dat ogenblik bemerkt hij in het mooie landschap een heuvel en een groepje bomen. Hij is al lang aan het rijden, hij besluit even uit te stappen en tot aan de bomen te wandelen. Wanneer hij echter naderbij komt bemerkt hij dat het een soort kerkhofje is waar hij naartoe stapt. En tot zijn totale verbazing bemerkt hij dat gans zijn familie verzameld is op dat kerkhofje! En niemand is verwonderd dat hij daar aankomt! Op dat kerkhofje lag een voor hem nauwelijks bekend familielid begraven, en vandaag had er een kleine ceremonie plaats: die persoon werd uitgegraven om op een andere begraafplaats te worden bijgezet. Iedereen van de familie was verwittigd, alleen was zijn telegram niet aangekomen… Deze man werd dus gemanipuleerd door zijn Psi-informatie. Die manipulatie gebeurde in talrijke, kleine, alledaagse beslissingen: ik rij nog wat verder, ik sla hier nog niet af, ik stap eens uit…

Maar laten we ook eens een fictief, zelf uitgedacht voorbeeld nemen. Veronderstel dat men door een drukke stad heen moet naar de autostrade. Men komt aan de eerste rode lichten en moet stoppen, bij volgende kan men doorrijden, maar als men een ganse keten rode lichten moet passeren dan heeft men vaak de keuze: ofwel remmen, ofwel doorrijden om nog op het randje voorbij te geraken. Er is dus speling van enkele minuten mogelijk bij het doorlopen van de ganse ketting rode lichten. Veronderstel nu, volgen ons voorbeeld, dat men op de autostrade aankomt en enkele kilometer verder wordt men door de politie tegengehouden: de brug verderop is drie minuten geleden ingestort. De spelingen van die enkele minuten ligt volledig in de hand van de Psi-krachten En we mogen wel vermoeden dat iemand die bijvoorbeeld zeer negatief en depressief ingesteld is, met duidelijke tendensen van zelfdestructie en zelfvernietiging, juist op dat ogenblik over de brug zou zijn gereden. U merkt het: we raken hier één van de belangrijkste menselijke problemen, namelijk dat verband tussen de persoonlijkheid en de uiterlijke gebeurtenissen die zich in ons leven voordoen. Een typisch probleem van de astrologie: het verband tussen de dierenriemtekens (het karakter) en de huizen (de uiterlijke gebeurtenissen).

Het belang van dit PMIR verschijnsel kunnen we niet genoeg onderstrepen. Het wordt bewezen door volgend statistisch onderzoek. Men heeft reeds meerdere malen een uitgebreid statistisch onderzoek verricht naar het aantal reizigers dat zich bevond in geaccidenteerde vliegtuigen, bussen, of treinen. Vaak heeft men de mogelijkheid om na te gaan hoeveel mensen er gewoonlijk op de verongelukte lijn zaten, rekening houdende met het aantal reizigers de week voordien op dezelfde dag en hetzelfde uur. Welnu de resultaten waren gewoonweg verbluffend. De verongelukte treinen of vliegtuigen hadden 28% passagiers minder dan gewoonlijk! Dat betekent dat bijna 1/3 van de mensen door zijn Psi was ingelicht of geleid geworden om het voertuig niet te gebruiken!

Besluit

Naast de gewone, fysische relatie die we met de wereld aangaan hebben we ook een rechtstreekse psychische relatie. En deze laatste blijkt van een ongelooflijke rijkdom te zijn. Wanneer we op haar beroep kunnen doen beschikken we plots over alle informatie van heden, verleden en toekomst en zijn er geen afstanden of beperkingen meer. Maar deze psychische wereld heeft zijn eigen wetten. Men heeft er lang naar gezocht om de juiste voorwaarden te kennen waarin de Psi-verschijnselen zich bij voorkeur voordoen. Die voorwaarden zijn zeer opmerkelijk: de Psi-contacten worden bevorderd door een bepaalde toestand van het bewustzijn, ergens tussen slapen en waken, waarbij de gewone onrust van gedachten en overwegingen stilvalt. Prof. Ryzl spreekt over “Blankness of Mind”. Een bepaalde gemoedsgesteltenis: optimisme, zich goed voelen, geloof intensifiëren sterk de extra-sensoriële waarnemingen terwijl stress, onbehagen, twijfel, de functie vernietigt.

We zien dus hoe deze voorwaarden louter psychisch zijn en hoe ze vooral gerealiseerd worden door de moreel hoger ontwikkelde mensen. Mensen met sereniteit, innerlijke rust en standvastig geloof in het hogere. Mensen die deze zielsfunctie willen gebruiken voor geldelijk gewin of om iemand te schaden mislukken omdat ze onrustig zijn en de functie vernietigen. Het feit dat men de paranormale inzichten zo fantastisch ziet openbloeien bij de grote mystieke figuren van alle godsdiensten, wijst erop dat het een functie is die behoort tot de hogere mens. Hoe meer de mens ‘ verinnerlijkt en vergeestelijkt, des te meer greep krijgt hij op deze wereld van de innerlijke krachten. De mensheid is in zijn geheel in ontwikkeling, de Psi-functie is dus een functie van de toekomst, maar ze zal zich slechts volledig ontplooien wanneer de mens er rijp voor is.

      Denis

© 2002 Aura-Oasis – Denis Dhondt