Gepubliceerd op zondag 16 april 2017 om 19:52 door Denis

Entiteiten en psychische problemen

terug

Entiteiten en psychische problemen

De sferen – de bron van de kennis

Als ik over de sferen na de dood ga schrijven vraag je je natuurlijk af van waar ik deze kennis zou halen. Vooreerst moet ik zeggen dat veel bekend is uit de tijd dat het spiritisme bekend en succesvol was. De man die de SPR stichtte, Frederik Myers, probeerde daarmee zijn hele leven lang een bewijs voor leven na de dood te vinden waarvoor geen helderziende, telepathische of andere verklaring mogelijk was. Vaak was doorgegeven informatie over overleden verwanten juist, maar kon men immers zijn toevlucht ook nemen naar animistische verklaringen. Na zijn dood, kwamen aan 6 mediums verspreidt over de wereld vreemde boodschappen door via automatisch schrift. Het waren paragrafen zonder afzonderlijke betekenis en die raadselachtig voorkwamen. Deze teksten werden telkens ondertekend door Myers en hij vroeg erbij deze automatische geschriften door te sturen naar de SPR. Als men deze automatisch geschreven boodschappen bij elkaar legde vormden ze een ongelooflijk krachtig staaltje spiritisme. De boodschappen pasten immers als een puzzelstuk ineen en vormden een essay over het leven na de dood via filosofische werken die alleen Myers had bestudeerd. Dat was bovendien ontvangen door 6 verschillende mediums die van elkaar niet op de hoogte waren. De boodschappen samen vormden een enorme tekst en een enorm groot werk. Dit spiritistisch krachtige fenomeen dat wel zeer sterk, niet anders dan spiritistisch te verklaren was, vormde de zogenaamde “kruiscorrespondenties”. Nog vele jaren later na zijn dood, liet Myers opnieuw van zich horen. Ditmaal kwam hij met gegevens over de bestaanssferen na de dood. De evolutie waarin wij allen worden meegesleurd vanuit zijn primitieve vorm van pril bewustzijn, tot holistische kennis en eenheid in één AL. Uit deze communicaties en spiritistische werken van andere grote onderzoekers van hoog niveau voor die tijd, werd deze kennis vergaard en blijkt ze te kloppen. Ook valt hiermee een puzzel ineen. Alles is ermee te verklaren. Helderziendheid, éénheid, leven na de dood, reïncarnatie, het lot, het karma, de evolutie van de mens via de kundalini, geesten, kortom verschillende gekende theorieën vielen samen in elkaar en waren nergens in strijd. Dit kan men niet zeggen van veel hedendaagse manieren van het verzamelen van spirituele kennis. Bovendien had spiritisme een bijzonder grote bewijskracht dat het om iets ging dat werkte, of dat nu via helderziendheid of via leven na de dood verklaard word. Dus tot hiertoe mijn inleiding over hoe we tot kennis van leven na de dood komen. Die kennis van spiritisme, gevolgd door de kruiscorrespondenties is nog gegroeid via anders werkende technieken zoals kennis verworven uit regressiehypnose.

De sferen, de aard van diverse werkelijkheden

In de astrale sfeer gaat iedere levensvorm over, ook planten, dieren enz. als ze hier uit hun fysiek bestaan ontrukt zijn. Een slang die gewoon is van in het oerwoud te leven, zal daar ook in een sfeer terechtkomen die oerwoudachtig is, als gevolg van het natuurlijke denkpatroon en het beeld dat die heeft van de leefwereld.

De laagste sferen betreffen dan ook zeer primitieve levensvormen waar de eerste taak is, een bewustzijn en waarneming op zeer primitieve manier te verkrijgen. (1ste)

In die andere lage sferen wordt het ego uit het bewustzijn gevormd, men leert dat men anderen moet verslinden om te eten, dat men met macht de zwakkere kan verdrukken. Je hebt zowel overleden zeer agressieve egocentrische mensen die over lijken gaan, als je overleden roofdieren hebt. Die sferen na de dood zijn ellendige sferen waar iedereen op iedereen jaagt in volle agressie tot men leert te verdelen en samen te werken maar meestal ook nog steeds voor het eigenbelang. (2de)

Zodra dat eigenbelang wegvalt, is ook de belangstelling weg waarvoor wreedheden begaan worden (dit hoeft niet steeds fysiek te zijn, je kan ook geestelijke terreur zaaien). Deze derde sfeer is een beetje zoals onze aardse sfeer. Vrij fysiek voorkomend.

Als we verder evolueren, beginnen we te begrijpen dat geven een prettige voldoening geeft. Ik bedoel niet het geven van een cadeau omdat het nu eenmaal nieuwjaar is, maar ik bedoel, liefde geven en dingen doen voor een andere, waarbij je merkt dat er vriendschap en liefde terugkeert en je goed kan opschieten. Hiermee worden de eerste paranormale vermogens verkregen zoals genezend op iemand inwerken.

We kunnen zo verder gaan tot een volgende stap waar liefde geven het doel van iemands eigen genoegdoening wordt. En ik bedoel niet de primaire driften van liefde, maar de dingen die je doet zomaar uit echte liefde zonder iets terug te verwachten. Dit kan alleen in een wereld waar gelijkgestemden zijn. Die sfeer kan je niet delen met de sfeer van de agressieve rovende geesten die steeds in strijd met elkaar zijn om iets te verkrijgen. Ook machtswellust kan over lijken gaan, het hoeft niet een overlevingsdrang te zijn.

Hoe hoger de sferen worden, die 7 grote verdelingen hebben, van vormen van primitief bewustzijn, bewustzijn en ego, het samenwerkende gedrag ervaren omdat je ervoor terugkrijgt (zoals hier op aarde, geld voor werk), liefde voor de voldane gevoelens die men achterlaat, geestelijke creatie, intuïtieve geestelijke hulp en harmonische eenheid – hoe meer liefde de spil is van de evolutie tot het AL, de totale harmonische eenheid. In de sferen waar veel liefde is, is veel licht, geen zonlicht, maar innerlijk licht. In de lage agressieve sferen is het duister en koud en een hard leven. Dit komt omdat iedereen moet leven door te onttrekken van een ander.

De levensvormen

Neem nu de levensvormen samen dan merk je dus dat er enorme verschillen zijn, van pure agressie voor eigenbelang tot opperste verhevenheid. Laat ons bij de overleden menselijke soort even blijven. Die dus taal als communicatiemiddel heeft en met de mens kan corresponderen. Je zou dus kunnen zeggen dat daar van “roofzuchtige geesten” tot “goede zielen” zijn. Je kunt deze uitersten ook evengoed “duivels” en “engelen” noemen (de Godsdienstige visie), of “demonische figuren” en “hogere gidsen” (mythologische visie). Al die varianten zijn hier op aarde aanwezig in een incarnatie. Hoe hoger de ziel is, hoe minder het zich blindstaart op een aardse sfeer. Daarom zijn de zielen die het dichts bij de aarde verbonden blijven ook meestal nog vrij bezitnemende geesten met aardse verlangens en zonder lichaam. Als die wezens niet naar het licht willen, blijven ze hier rond het aardse om materiële, agressieve, bezorgde en andere redenen hangen. De BDE verplicht je niet naar het licht te gaan. Het AL laat altijd een vrije keuze.

Hier missen deze verdwaalde zielen een lichaam dat ze kunnen gebruiken op aards niveau waarmee ze aardse verrichtingen kunnen doen, bijvoorbeeld alcohol drinken als ze zich kunnen verbinden met iemand die drinkt en die een zwak aura heeft waar ze kunnen binnendringen. Ze missen ook communicatie en iemand die naar hun luistert, want bijna niemand hoort of ziet hen.

Vaak worden ze als geestfiguren beschreven die men op deze aarde waarneemt, ook als donkere schimmen beschreven, die er slecht en rovend uitzien. Vaak worden die opgemerkt in de ooghoeken en donkere spiegels. Dat zijn de lage entiteiten, zoals een rover zich in een zwart pak met masker zou hullen en in de nacht zou stelen. Zo verbergen zij zich schichtig voor ons.

Entiteiten

Entiteiten kunnen ook overledenen zijn die gebruik proberen maken van iemand.

Er worden ook lichtende entiteiten waargenomen die zich zwevend verplaatsen. Deze laatste komen soms alleen maar kijken hoe het met iemand gaat of zijn goede zielen die nog in hun woning leven om een of andere reden. Ze zullen niet proberen iemand angst aan te jagen. Bij die komen vaak ook beschermgeesten voor (gidsen, engelen). In de esoterische zienswijze zijn het immers gidsen die rond ons zijn en alleen via ons gevoel, intuïtie iets laten aanvoelen maar de rest van de beslissingen in dit leven aan de vrije wil en vrije keuze overlaten voor degene die de aardse ervaring nu eenmaal moet opdoen.

De lagere echter, zijn rovers die, eens ze merken dat iemand ontvankelijk is voor hen, ze gaan trachten te gebruiken. Lukt dat niet volledig alleen, dan komen meerdere gelijkgestemde entiteiten bijeen rond iemand waar ze vat krijgen. Eerst probeert men het lichaam te HOSTEN, als dat niet lukt, proberen ze het menselijke slachtoffer de dingen te laten doen, waarvan ze denken dat het henzelf ten goede komt. Ze zullen uiteraard ook proberen iemand uit zijn lichaam te krijgen (door te overtuigen zelfmoord te doen bijv) omdat ze menen dat zij dan in dat lichaam, op het moment dat daar de geest uit ontsnapt, hun intrede kunnen doen en dan weer als mens leven. (In sommige gevallen kan dat. Iemand die uit een coma ontwaakt, kan ontwaken als een andere persoonlijkheid die niet met de originele te maken heeft. De eigenaar van het lichaam is dan overleden en overgegaan en de entiteit gaat het op dat moment gebruiken omdat het lichaam nog kan herstellen. Zeldzaam maar enkele krachtige bewijzen hiervoor bestaan zeker)

De aardgebonden entiteiten waar wij last mee kunnen krijgen, zijn dus die lage, duistere demonische of duivelse levensvormen. Hoe je die beschrijft speelt niet veel rol, het verwijst alleen naar de Bijbelse “duivels die weigerden met God samen te leven en zich afkeerden van het licht” uit de bijbel, of mythologisch gezien, “de demonen”. Het zijn echter overledenen, maar van laaghartig karakter. Hitler is een  voorbeeld van een demonische ziel die over lijken zijn machtswellust probeerde te bevredigen. Je zou dat dus een demonische geïncarneerde figuur kunnen noemen.

Het zijn dus die entiteiten die iemand last kunnen berokkenen bij wie ze kunnen binnendringen via lichaam, geest of waarmee ze kunnen communiceren (stemmen horen) en bijv. het slachtoffer kunnen gebruiken om hun leefomgeving meer naar hun zin te krijgen. Ook seksueel gebruik komt voor. Entiteiten hebben nog seksuele lusten. Niet ontoevallig zijn degenen die daar last van hebben vaak mooie vrouwen.

Althans dat is dus mijn visie op vele (NIET ALLE) geestelijke kwellingen. Dat het niet altijd overledenen moeten zijn die iemand geestelijk kunnen kwellen, heb ik ook al ervaren. Maar een overledene kan zich gemakkelijker verschuilen en veiliger werken, vooral als ze weten dat ze niet waargenomen worden door anderen.

Diagnoses (psychiatrisch, alternatief)

Of je het dus demonen, duivels, DIS persoonlijkheden of entiteiten noemt is een kwestie van visie. Door die visie op hetzelfde fenomeen, verschilt de methode om te proberen helpen totaal.

Niet altijd is het de keuze van het slachtoffer om voor een bepaalde techniek te kiezen en die is niet altijd mogelijk. Onze maatschappij vraagt vaak autoritair bewijsmateriaal op wetenschappelijke aanvaarde manier (bijvoorbeeld bij werkonbekwaamheid).

Bij erg slechte gevallen heeft de persoon die het beleeft er zelf geen inspraak meer op en beslist zijn dokter of omgeving.

Het is echter soms naar mijn mening zeker nodig dat er psychiatrische medicijnen zijn die het lijden in extreme situaties wat kunnen verdoven. Iemand die krijst van de pijn heeft immers eerst een pijnstiller nodig en pas daarna kan men zoeken naar een oplossing.

Ik denk dat alle middelen die resultaten geven voor het slachtoffer goede zijn. Een entiteit of hoe je het ook anders bekijkt, het probleem weg krijgen is zeker niet gemakkelijk, daar die entiteit listig tegenwerkt en het niet begrijpt. Vaak is een “niet willen” er de oorzaak van dat geen enkele methode helpt… tja… Als je iets niet kan verhelpen, dan moet je de ellende beperken…

De verborgen rol van het slachtoffer

Vaak speelt het slachtoffer even mee in de mening een onderscheid te kunnen maken tussen gidsen en slechte entiteiten. Gidsen komen dus op deze manier via stemmen niet door. Maar op deze manier verslaven ze het slachtoffer aan hun aanwezigheid en wil het slachtoffer ze zelf soms niet kwijt…

Een van de zaken die dus noodzakelijk zijn, is het slachtoffer, de bejegende, te laten inzien dat men zich volledig moet distantiëren van alle entiteiten, ook de goede die vaak wolven in schapenvel zijn. Men hoort echt zijn gids niet. Die komt niet op deze manieren door. Die doet het veel subtieler en in je gevoelens van goed of slecht, waarbij hij de vrije keuze respecteert die esoterisch gezien niet mag verstoord worden. Gidsen geven een gevoel, geen tip of opdracht.

Je kunt er dus vanuit gaan dat het echt wel overledenen zijn die contact nodig hebben of iemand die ze kunnen gebruiken om weer handelingen te kunnen doen. Is zo iemand ontvankelijk dan zal deze gemakkelijk slachtoffer worden. Vaak wordt men ontvankelijker omdat men zich openstelt of is de natuurlijke bescherming van de aura broos geworden door trauma’s of kwetsuren; – geestelijke wonden. Want wat is de aura meer dan manifestatie in energie van het geestelijke lichaam?